ECLI:NL:GHAMS:2025:851, Gerechtshof Amsterdam, 01-04-2025, 200.315.671/01 — GHAMS:2025:851
Samenvatting
Tussenarrest; verzekeringsrecht, vervoersverzekering; Voor zowel het vervoer als de opslag van een partij bonen is een goederentransport-verzekering afgesloten. Na aankomst is een deel van de lading verkocht aan geïntimeerde, die geldt als verzekerde op de polis. De gehele lading is vervoerd naar een opslagbedrijf van waaruit de bonen (gedeeltelijk) zijn uitgeleverd aan geïntimeerde. De opslag na het vervoer is verzekerd ten aanzien van maandelijks op te geven (en afnemende) hoeveelheden. Op enig moment is ten aanzien van de nog in de silo’s opgeslagen voorraad bonen schade vastgesteld. Geïntimeerde claimt deze schade onder de polis. Ook stelt zij dat een deel van de reeds uitgeleverde en door haar verwerkte bonen beschadigd is. Het namens verzekeraar ingeschakelde expertisebureau heeft gerapporteerd dat de schade is veroorzaakt door heating. Ook is de omvang van de schade vastgesteld. Verzekeraar betwist dat de geclaimde schade onder de verzekering is gedekt. Zij betwist dat sprake is van een verzekerd evenement. Ook betwist zij dat de schade betrekking heeft op ten behoeve van geïntimeerde verzekerde bonen. Het hof oordeelt dat in beginsel sprake is van een verzekerd evenement. In de stellingen van geïntimeerde ligt besloten dat de - volgens haar - in silo 36 resterende (en beschadigde) 2.000 mt aan sojabonen behoorde tot de door haar gekochte en voor haar verzekerde bonen. Het hof kan dat niet zonder meer vaststellen. Hetzelfde geldt voor reeds uitgeleverde en bewerkte bonen. Ten aanzien van deze bonen geldt bovendien dat de schade slechts dan onder de dekking valt als die is opgetreden tijdens de periode van opslag. Om een verantwoorde beslissing te kunnen nemen, wenst het hof nader te worden geïnformeerd door geïntimeerde over een aantal met name genoemde feitelijkheden. De zaak wordt daartoe naar de rol verwezen voor het nemen van een akte.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2026:849, Rechtbank Rotterdam, 28-01-2026, C/10/698074 / HA ZA 25-337
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2026:825, Rechtbank Rotterdam, 28-01-2026, C/10/694961 / HA ZA 25-181
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2026:519, Rechtbank Rotterdam, 21-01-2026, C/10/687143/ HA ZA 24-865 C/10/699463/ HA ZA 25-390
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2026:279, Rechtbank Rotterdam, 13-01-2026, C/10/699858 / HA ZA 25-420
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
1 april 2025
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.315.671/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:851