ECLI:NL:GHAMS:2025:962, Gerechtshof Amsterdam, 08-04-2025, 200.341.336/01 — GHAMS:2025:962
Samenvatting
in deze zaak gaat het om de vraag of sprake is van een dringende reden voor een ontslag op staande voet. Voldoende aannemelijk is geworden dat de werkneemster op 20 mei 2023 haar partner heeft geholpen bij de mishandeling van de CEO van de werkgever. Naar het oordeel van het hof levert dit een dringende reden op voor een ontslag op staande voet. Het ontslag op staande voet is dus rechtsgeldig. Het hof ziet geen aanleiding om de gefixeerde schadevergoeding, billijke vergoeding en transitievergoeding aan de werkneemster toe te kennen. De werkgever heeft de gefixeerde schadevergoeding bij de eindafrekening rechtsgeldig verrekend met het verschuldigde loon. Uitspraak: 8 april 2025 Wetsartikelen: art. 7:672 lid 11, 7:673 lid 7 sub c en lid 8, 7:677 lid 2 en 3, 7:678 lid 2 sub e, 7:681 lid 1 sub a BW
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2026:96, Rechtbank Noord-Holland, 15-01-2026, 11642076
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:14303, Rechtbank Noord-Holland, 05-12-2025, 15.298131.23
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:13521, Rechtbank Noord-Holland, 12-11-2025, 25/4875
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:11996, Rechtbank Noord-Holland, 01-10-2025, AWB-25_624
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
8 april 2025
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.341.336/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:962