ECLI:NL:GHAMS:2026:274, Gerechtshof Amsterdam, 03-02-2026, 200.342.941/01 — GHAMS:2026:274
Samenvatting
Werkgever is niet in het bewijs geslaagd dat werknemer haar handtekening heeft gezet onder een vaststellingsovereenkomst, nu de inschakeling van de deskundige zoals in het tussenarrest was bepaald niet heeft kunnen plaatsvinden, omdat werkgever het betreffende voorschot niet heeft betaald. Daarom gaat het hof er van uit dat de dienstbetrekking tussen partijen nog niet is geëindigd. De vordering tot uitbetaling van de transitievergoeding wordt, met toepassing van de Xella-jurisprudentie, toegewezen. Het is in strijd met het goed werkgeverschap dat werkgever het werknemer tegenwerpt dat de openstaande vakantiedagen niet hoeven te worden uitbetaald vanwege het bepaalde in artikel 7:640 BW want het is juist werkgever die (anders dan door het hof nu is vastgesteld) steeds heeft aangevoerd dat het dienstverband al is geëindigd.
Betrokken advocaten
mr. H.J. Menger te Zaltbommel
appellant
mr. R. Grijpstra te Almere
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:3014, Gerechtshof Amsterdam, 04-11-2025, 200.344.658
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2025:2563, Gerechtshof Amsterdam, 30-09-2025, 200.344.658/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2025:1617, Gerechtshof Amsterdam, 17-06-2025, 200.344.169/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBMNE:2025:2357, Rechtbank Midden-Nederland, 19-03-2025, UTR 22/4525
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
3 februari 2026
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.342.941/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:274