ECLI:NL:GHAMS:2026:328, Gerechtshof Amsterdam, 10-02-2026, 200.356.567 — GHAMS:2026:328
Samenvatting
Het gaat in deze zaak om een executiegeschil ex artikel 438 lid 2 Rv. De vorderingen van appellanten tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een uitvoerbaar verklaard vonnis op een aantal afzonderlijke vermogensbestanddelen (huizen en auto’s) worden met toepassing van de maatstaf van ECLI:NL:HR:2019:2026 alle ongegrond bevonden. Het vonnis van de voorzieningenrechter in conventie wordt op het punt van de toewijzing van de vordering met betrekking tot één van de woningen vernietigd - met afwijzing alsnog van die vordering - en overigens bekrachtigd. Het vonnis in reconventie - waarbij de tegenvordering van geïntimeerde tot afgifte van de auto’s aan de deurwaarder versterkt met een dwangsom is toegewezen, alsmede een vordering tot vermeerdering van de veroordelingen in de bodemzaak met rente - wordt eveneens bekrachtigd.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2025:2339, Rechtbank Amsterdam, 10-04-2025, 766895
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHAMS:2025:956, Gerechtshof Amsterdam, 08-04-2025, 200.332.001/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2025:946, Gerechtshof Amsterdam, 08-04-2025, 200.318.851/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2024:1305, Gerechtshof Amsterdam, 14-05-2024, 200.323.845/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
10 februari 2026
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.356.567
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:328