Wrakingsverzoek in zware strafzaak afgewezen door hof Amsterdam — GHAMS:2026:823
wraking / rechterlijke onpartijdigheid in strafzaak
Eiser / verzoeker
verzoeker (verdachte in strafzaak, veroordeeld tot 26 jaar gevangenisstraf)
Verweerder / gedaagde
mrs. K.J. Veenstra, S.M.M. Bordenga en W.S. Ludwig (raadsheren Gerechtshof Amsterdam)
Het wrakingsverzoek tegen de drie raadsheren is afgewezen; de strafzaak wordt door dezelfde raadsheren voortgezet.
- Een rechterlijke (tussen)beslissing kan op zichzelf nooit grond vormen voor wraking; wraking is geen verkapt rechtsmiddel.
- Afwijzing van onderzoekswensen (metadata, politiemedewerkers, Excelbestanden) is gemotiveerd en valt binnen de beoordelingsruimte van de zittingsrechter.
- Ook de cumulatie van zes bestreden beslissingen levert geen zwaarwegende aanwijzing op voor objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.
- Het wrakingsverzoek is afgewezen; de hoofdzaak wordt voortgezet door dezelfde drie raadsheren.
Samenvatting
Een man die in eerste aanleg door de rechtbank Amsterdam is veroordeeld tot 26 jaar gevangenisstraf — onder meer voor medeplichtigheid aan moord en leiderschap van een criminele organisatie — probeerde via een wrakingsverzoek de drie raadsheren die zijn hoger beroep behandelen van de zaak te laten afhalen. De wrakingskamer van het Gerechtshof Amsterdam wees dat verzoek op 26 maart 2026 af.
De verdachte en zijn advocaten stelden dat de raadsheren blijk hadden gegeven van vooringenomenheid. Dat verwijt was gebaseerd op een reeks beslissingen die de raadsheren in februari 2026 namen tijdens een regiezitting. De kern van het bezwaar betrof de weigering om metadata en ontsleutelde berichten van telefoons — die worden toegeschreven aan de verdachte en leden van een criminele samenwerkingsverbond — aan het strafdossier toe te voegen. Volgens de verdediging waren deze gegevens cruciaal voor het voeren van een adequate verdediging.
Daarnaast maakten de advocaten bezwaar tegen vijf andere beslissingen: het afwijzen van het horen van politiemedewerkers van het High Tech Crime-team, het weigeren van Excel-bestanden met koppelingen tussen gebruikersidentiteiten en telefoonnummers, het opleggen van een termijn van dertig dagen aan de verdediging terwijl het Openbaar Ministerie geen vergelijkbare termijn kreeg voor het opstellen van een aanvullend proces-verbaal, de beslissing over de voorlopige hechtenis, en het afwijzen van een verzoek tot uitstel van de inhoudelijke behandeling. Dat laatste had te maken met het feit dat één van de advocaten geen toegang had tot zijn cliënt.
De wrakingskamer benadrukte dat een rechter op grond van zijn aanstelling vermoed wordt onpartijdig te zijn. Alleen uitzonderlijke omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor vooringenomenheid kunnen dat vermoeden doorbreken. Bovendien geldt in het strafrecht een gesloten stelsel van rechtsmiddelen: een rechterlijke beslissing — ook een tussenbeslissing — kan op zichzelf nooit grond zijn voor wraking. Wraking is geen verkapt rechtsmiddel om inhoudelijk bezwaar te maken tegen een beslissing waarmee een partij het niet eens is.
De wrakingskamer oordeelde dat de beslissingen van de raadsheren weliswaar ongunstig uitvielen voor de verdediging, maar dat dit nog niet betekent dat sprake is van vooringenomenheid. De beslissingen waren gemotiveerd en vielen binnen de beoordelingsruimte die een zittingsrechter toekomt bij het beoordelen van onderzoekswensen. Dat de verdediging het inhoudelijk niet eens is met die beslissingen, maakt ze nog niet onbegrijpelijk in de juridische zin die wraking zou rechtvaardigen. Ook de cumulatie van de beslissingen leidde niet tot een ander oordeel.
Het wrakingsverzoek werd dan ook in zijn geheel afgewezen. De strafzaak in hoger beroep — die draait om ernstige misdrijven waaronder betrokkenheid bij moord — zal worden voortgezet door dezelfde drie raadsheren.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2026:1319, Rechtbank Amsterdam, 04-02-2026, 25-026140 (voorheen: 017475-24)
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:8520, Rechtbank Amsterdam, 11-11-2025, C/13/777503 / KG ZA 25-863
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2025:8942, Rechtbank Amsterdam, 29-10-2025, 017475-24
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:6476, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14-10-2025, 21-000434-24
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht; Strafprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 maart 2026
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
200.365.461/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:823