Rechter handhaaft kinderalimentatie ondanks bedrijfsongeval vader — GHAMS:2026:858
kinderalimentatie / wijziging van omstandigheden / indexering
Eiser / verzoeker
de vader
Verweerder / gedaagde
de moeder
Het hof bekrachtigt de kinderalimentatieverplichting van de vader, oplopend van €150 per maand (januari 2021) tot €192 per maand (januari 2025), en wijst alle verzoeken van de vader af.
- Het uitblijven van de afgesproken herberekening in januari 2021 bevrijdt de vader niet van zijn alimentatieverplichting; het ouderschapsplan verplicht hem tot betaling totdat het kind 18 jaar is.
- Wettelijke indexering van alimentatie geldt automatisch op grond van artikel 1:402a BW en hoeft niet apart te worden overeengekomen; uitsluiting had expliciet moeten worden afgesproken.
- Het bedrijfsongeval van de vader in 2023 levert geen wijziging van omstandigheden op omdat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat de inkomensafname daaruit voortvloeit en welke inspanningen hij heeft gedaan om het verlies te compenseren.
- De kinderalimentatie wordt door het hof opnieuw vastgesteld vanaf 28 februari 2024 op basis van de actuele draagkracht, waarbij de eerdere beschikking gedeeltelijk wordt vernietigd voor de duidelijkheid van de bedragen.
Samenvatting
Een vader probeerde via de rechter te ontkomen aan zijn verplichting kinderalimentatie te betalen voor zijn elfjarige dochter. Hij voerde aan dat de afspraken uit het ouderschapsplan uit 2020 waren vervallen, dat de alimentatie niet geïndexeerd mocht worden en dat hij door een bedrijfsongeval geen draagkracht meer had. Het gerechtshof Amsterdam ging niet mee in zijn betogen.
Partijen hadden in april 2020 een ouderschapsplan ondertekend waarin was afgesproken dat de vader voorlopig €150 per maand zou betalen en dat ze in januari 2021 tot een nieuwe berekening zouden komen. Die herberekening heeft nooit plaatsgevonden. De vader stelde dat hij daardoor helemaal niets meer verschuldigd was. Het hof verwierp dit standpunt: in het ouderschapsplan stond expliciet dat de vader zou blijven bijdragen totdat het kind 18 jaar oud is. Het uitblijven van de herberekening verandert daar niets aan.
Over de indexering oordeelde het hof eveneens in het nadeel van de vader. Zowel het ouderschapsplan als de wet schrijft voor dat alimentatiebedragen jaarlijks worden geïndexeerd. Deze indexering geldt automatisch, tenzij partijen die uitdrukkelijk hebben uitgesloten — wat hier niet het geval was. Van indexering met terugwerkende kracht was dan ook geen sprake.
De vader beriep zich ook op een bedrijfsongeval dat hem op 5 juni 2023 overkwam in de bouw, waarbij hij zijn pols verwondde. Sindsdien zou hij zijn werk niet meer kunnen uitoefenen en geen draagkracht meer hebben. Het hof stelde vast dat de winst uit zijn eenmanszaak in 2024 inderdaad lager was dan in voorgaande jaren, maar vond dat onvoldoende bewezen was dat dit aan het bedrijfsongeval lag. De vader had geen medische stukken overgelegd, had niet aangetoond dat hij opdrachtgevers was kwijtgeraakt door het ongeval, en had evenmin laten zien welke inspanningen hij had gedaan om inkomensverlies te compenseren — bijvoorbeeld door andere klanten of werk in loondienst te zoeken. Zijn stelling over onherstelbaar inkomensverlies was daarmee onvoldoende onderbouwd.
Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank gedeeltelijk, maar uitsluitend om de door de vader te betalen bedragen overzichtelijker vast te leggen. De inhoudelijke uitkomst bleef hetzelfde: de vader moet kinderalimentatie betalen die oploopt van €150 per maand vanaf januari 2021 tot €192 per maand vanaf januari 2025, met verdere indexering.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:2185, Gerechtshof Amsterdam, 19-08-2025, 200.343.855/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHAMS:2023:3007, Gerechtshof Amsterdam, 17-10-2023, 200.329.354/01 en 200.329.354/02
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHAMS:2023:1443, Gerechtshof Amsterdam, 20-06-2023, 200.321.249/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2022:2702, Gerechtshof Amsterdam, 20-09-2022, 200.306.239/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
200.357.844/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:858