Hof Amsterdam veroordeelt man voor gebruik valse Litouwse identiteitskaart — GHAMS:2026:889
gebruik van vals reisdocument / identiteitsfraude
Eiser / verzoeker
Openbaar Ministerie
Verweerder / gedaagde
Verdachte
Verdachte veroordeeld tot 6 weken gevangenisstraf (deels voorwaardelijk) wegens opzettelijk gebruik van een vals reisdocument, plus tenuitvoerlegging van eerder voorwaardelijk opgelegde straf van 4 weken.
- Verweer dat verdachte niet wist dat identiteitskaart vals was, verworpen: afgiftedatum 2019 weerspreekt de coronareden, en het documentnummer bleek identiek aan een als gestolen gesignaleerde officiële kaart.
- Een nationale identiteitskaart van een EU-lidstaat kwalificeert als reisdocument in de zin van artikel 231 Sr (vgl. HR 17 maart 2020).
- Lagere straf dan gebruikelijk omdat de valse kaart de echte persoonsgegevens van de verdachte bevatte, waardoor het oogmerk van identiteitsverhulling ontbrak.
- Strafverzwarend: verdachte had een strafblad en pleegde het feit tijdens een proeftijd.
- Tenuitvoerlegging van eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van vier weken volledig gelast, ondanks andersoortigheid van het nieuwe feit.
Samenvatting
Een man werd op 13 mei 2024 in Amsterdam staande gehouden door de politie en legitimeerde zich met een nationale identiteitskaart van Litouwen. Bij onderzoek bleek het document op vier punten vals: de basisbedrukking was geprint in plaats van gedrukt, de persoonsgegevens waren niet aangebracht via lasergravure, en het kaartje miste twee optisch variabele kenmerken die echte EU-identiteitsbewijzen hebben.
Voor de rechter voerde de verdachte aan dat hij niet wist dat het document vals was. Zijn verklaring luidde dat hij zijn originele identiteitskaart was kwijtgeraakt en dat zijn moeder tijdens de coronaperiode online een nieuwe had aangevraagd, waarna het document per vliegtuig naar hem was opgestuurd. De raadsvrouw opperde dat het mogelijk ging om een 'misdruk' door officiële instanties, of dat de moeder het document bij een niet-officiële instantie had laten maken zonder dat de verdachte dit wist.
Het gerechtshof Amsterdam veegde dit verweer van tafel. Allereerst wees het hof erop dat de afgiftedatum op de kaart 5 februari 2019 was — ruim een jaar vóór het uitbreken van de coronacrisis. De coronareden voor een online aanvraag was daarmee aantoonbaar ongeloofwaardig. Daarnaast achtte het hof het uitgesloten dat officiële Litouwse autoriteiten een document zouden afgeven dat op vier punten niet klopt. Tot slot bleek uit het dossier dat het documentnummer op de valse kaart identiek was aan dat van een eerder aan de verdachte afgegeven officiële Litouwse identiteitskaart, die als gestolen of vermist stond geregistreerd. Dit bevestigde voor het hof dat de overgelegde kaart niet door officiële instanties was verstrekt en dat de verdachte dit wist.
Bij de strafmaat hield het hof rekening met verzachtende en verzwarende omstandigheden. In het voordeel van de verdachte speelde mee dat de valse identiteitskaart zijn échte persoonsgegevens bevatte — hij probeerde dus kennelijk niet een andere identiteit aan te nemen, wat doorgaans de kern is van het strafwaardige karakter van dit delict. Daar stond tegenover dat de verdachte een strafblad heeft en tijdens een proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegde.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter, die de man had veroordeeld tot twee maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. In hoger beroep werd de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes weken, waarvan een aanzienlijk deel voorwaardelijk. Daarbovenop gelastte het hof de volledige tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf van vier weken gevangenisstraf, omdat de verdachte de proeftijdvoorwaarden had geschonden.
Betrokken advocaten
raadsvrouw (naam niet vermeld)
verdachte
Gegevens
Datum uitspraak
2 april 2026
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
23-001730-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:889