Hof verlaagt straf hennepsmokkelaarster wegens te lang hoger beroep — GHAMS:2026:890
drugssmokkel / uitvoer hennep / overschrijding redelijke termijn
Eiser / verzoeker
Openbaar Ministerie
Verweerder / gedaagde
Verdachte
Verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf waarvan 5 maanden voorwaardelijk, een maand minder voorwaardelijk dan door de politierechter opgelegd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
- Het hof verwerpt het verweer dat de verdachte niet wist dat haar koffers hennep bevatten: de verklaring over een oom die cadeautjes zou hebben ingepakt werd als onaannemelijk terzijde geschoven.
- De bewuste oom bleek niet geregistreerd in Suriname en de verdachte kon geen verifieerbare gegevens over hem verstrekken.
- Bijkomende omstandigheden — last-minute ticket, zestien sportbroeken, twee koffers voor een korte vakantie — versterkten het oordeel dat de verdachte wél op de hoogte was van de inhoud.
- De redelijke termijn in hoger beroep (meer dan twee jaar) was overschreden, wat leidde tot een groter voorwaardelijk deel van de straf.
- Ondanks persoonlijke omstandigheden (dreiging verlies van woning en baan) achtte het hof een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf de enige passende reactie.
Samenvatting
Een vrouw werd op Schiphol aangehouden terwijl ze op het punt stond naar Suriname te vliegen met twee koffers waarin ruim 24 kilo hennep was verstopt. Ze verklaarde dat een oom de pakketten — zogenaamd cadeautjes voor zijn kleinkinderen — in haar koffers had gestopt zonder dat zij wist wat erin zat. Het gerechtshof Amsterdam geloofde haar verhaal niet en bevestigde de veroordeling, maar legde vanwege een te lang durende procedure een iets lagere straf op.
De verdachte voerde aan dat het in haar culturele achtergrond niet ongebruikelijk is om goederen voor anderen mee te nemen naar Suriname, dat de koffers niet opvallend zwaar waren en dat ze niets verdachts had geroken. Bovendien zou ze op dat moment in een kwetsbare periode van haar leven hebben gezeten, waarvan haar oom misbruik zou hebben gemaakt. Haar raadsvrouw pleitte daarom voor vrijspraak wegens gebrek aan opzet.
Het hof verwierp dit verweer. Als uitgangspunt geldt dat iemand die bagage meevoert, geacht wordt bekend te zijn met de inhoud ervan. De enige uitzondering op dat principe is als aannemelijk wordt dat de passagier de inhoud echt niet kende — en dat was hier niet het geval. De bewuste oom bleek bij navraag door de raadsheer-commissaris niet geregistreerd te staan bij het Centrale Bureau voor Burgerzaken in Suriname. De verdachte zei dat hij ook een adres in Rotterdam zou hebben, maar kon of wilde geen nadere gegevens verstrekken. Na de bewuste ontmoeting had ze ook nooit meer contact met hem gehad.
Ook de rest van haar verhaal overtuigde het hof niet. Ze kocht haar vliegticket pas de dag voor de vlucht, terwijl ze naar eigen zeggen weinig geld had. Ze reisde voor een verblijf van tien tot veertien dagen, maar had zestien sportbroeken ingepakt. De verklaring dat de tweede koffer bedoeld was om op de terugweg groente en fruit uit Suriname in mee te nemen, vond het hof evenmin geloofwaardig. Al met al concludeerde het hof dat de vrouw wist dat er hennep in haar koffers zat.
Voor de strafmaat sloot het hof zich grotendeels aan bij de politierechter, die eerder twaalf maanden gevangenisstraf had opgelegd waarvan vier maanden voorwaardelijk. Het hof onderschreef dat een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is, ook al kan dat ingrijpende gevolgen hebben: de vrouw riskeert haar woning en een nieuwe baan bij de gemeente Amsterdam te verliezen. De ernst van de feiten en de LOVS-oriëntatiepunten lieten naar het oordeel van het hof geen ruimte voor een taakstraf.
Eén punt werkte wél in het voordeel van de verdachte: de procedure in hoger beroep had te lang geduurd. Het hoger beroep werd ingesteld op 29 februari 2024, maar het hof deed pas op 2 april 2026 uitspraak — meer dan twee jaar later. Daarmee was de redelijke termijn uit artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens overschreden. Als compensatie daarvoor wordt een groter deel van de straf voorwaardelijk opgelegd. Het hof veroordeelde de vrouw uiteindelijk tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Betrokken advocaten
onbekend (raadsvrouw)
verdachte
Gegevens
Datum uitspraak
2 april 2026
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
23-000499-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:890