Juristi.nl
ECLI:NL:GHAMS:2026:930Strafrecht

Ontnemingsvordering flessentrekkerij: betalingsverplichting verlaagd vanwege overschrijding redelijke termijn — GHAMS:2026:930

profijtontneming / wederrechtelijk verkregen voordeel

Eiser / verzoeker

Openbaar Ministerie

VS

Verweerder / gedaagde

Betrokkene

Het hof verlaagt de betalingsverplichting van €5.580 naar €5.000 vanwege de forse overschrijding van de redelijke termijn; voor het overige wordt het vonnis bevestigd.

  • De redelijke termijn is met ruim vijf jaar en vier maanden overschreden, wat leidt tot verlaging van de betalingsverplichting
  • Het hof verlaagt de betalingsverplichting van €5.580 naar €5.000, ruimer dan de rechtbank had gedaan
  • Het draagkrachtverweer wordt verworpen omdat onvoldoende concreet en volledig financiële openheid is gegeven
  • Draagkracht kan alsnog in de executiefase aan de orde worden gesteld
  • Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op €6.200, afkomstig uit flessentrekkerij in het kader van een criminele organisatie

Samenvatting

Een man die eerder werd veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en medeplichtigheid aan flessentrekkerij, moest in een aparte ontnemingsprocedure het wederrechtelijk verkregen voordeel terugbetalen aan de Staat. Het gerechtshof Amsterdam deed op 24 maart 2026 uitspraak in hoger beroep over de hoogte van die betalingsverplichting.

De officier van justitie had in 2017 een ontnemingsvordering ingediend van ruim 6.200 euro. De rechtbank Amsterdam stelde in februari 2024 het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op datzelfde bedrag, maar legde de man een betalingsverplichting op van 5.580 euro — iets lager dan het geschatte voordeel vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De man ging in hoger beroep.

Het hof stelde vast dat de redelijke termijn waarbinnen de procedure had moeten zijn afgerond, fors was overschreden. De ontnemingsvordering werd al in oktober 2016 aangekondigd, maar het vonnis viel pas in februari 2024 — een overschrijding van meer dan vijf jaar en vier maanden. Het hof vond dat de rechtbank hiervoor onvoldoende compensatie had gegeven en verlaagde de betalingsverplichting verder.

De verdediging voerde daarnaast aan dat de man, gelet op zijn leeftijd, gezondheid en beperkte AOW-uitkering, geen draagkracht heeft om het bedrag te betalen. Het hof verwierp dit verweer. Volgens vaste rechtspraak moet in een ontnemingszaak volledig en concreet onderbouwd worden aangetoond dat iemand nu én in de toekomst geen draagkracht heeft of zal krijgen. De medische stukken en informatie over de AOW-uitkering die de verdediging inbracht, waren daarvoor onvoldoende. Het hof wees erop dat de draagkracht alsnog in de executiefase aan de orde kan worden gesteld.

Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank voor het overige, maar vernietigde het specifiek op het punt van de betalingsverplichting. De man moet uiteindelijk 5.000 euro betalen aan de Staat ter ontneming van zijn wederrechtelijk verkregen voordeel. Als hij niet betaalt, kan maximaal 50 dagen gijzeling worden gevorderd.

Betrokken advocaten

onbekend

betrokkene

Gegevens

Datum uitspraak

24 maart 2026

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

23-000576-24

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:GHAMS:2026:930

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Hof Amsterdam veroordeelt man voor doodslag op sekswerker
Gerechtshof Amsterdam·9 april 2026
Strafrecht
Hof verlaagt straf hennepsmokkelaarster wegens te lang hoger beroep
Gerechtshof Amsterdam·2 april 2026
Strafrecht
Hof verklaart hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening
Gerechtshof Amsterdam·31 maart 2026
Strafrecht
BV veroordeeld voor niet deponeren jaarrekening na FIOD-inbeslagname
Gerechtshof Amsterdam·31 maart 2026
Strafrecht