Juristi.nl
ECLI:NL:GHARL:2014:5237Civiel Recht

Werknemer krijgt achterstallig loon uitbetaald bij ziekte — GHARL:2014:5237

loondoorbetaling bij ziekte / arbeidsovereenkomst

Eiser / verzoeker

appellant (werknemer)

VS

Verweerder / gedaagde

Stichting Ja, Natuurlijk……Aan de Dijk en geïntimeerde sub 2 (eigenaar/bestuurder)

Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en wees de loonvordering van de werknemer over september 2009 tot en met januari 2010 toe jegens de stichting, maar wees de vordering jegens de privépersoon en de wettelijke verhoging af.

  • Herstel van dienstverband na ontslagname door bewilliging werkgever
  • Loondoorbetalingsverplichting bij ziekte op grond van CAO Dierhouderij
  • Werkgeverschap: stichting, niet de privépersoon/bestuurder
  • Afwijzing bestuurdersaansprakelijkheid bij ontbreken persoonlijk verwijt
  • Matiging wettelijke verhoging tot nihil wegens bewust uitblijven WAO-aanvraag

Samenvatting

Een werknemer van een biologische natuurboerderij in Beuningen sleepte zijn werkgever voor het hof nadat hij over de periode september 2009 tot en met januari 2010 slechts 500 euro aan loon had ontvangen, terwijl hij stelde recht te hebben op volledige loondoorbetaling bij ziekte op grond van de CAO Dierhouderij.

De werknemer, die al voor zijn indiensttreding een WAO-uitkering ontving wegens 80-100% arbeidsongeschiktheid, was in 2001 gaan werken bij de boerderij via een zogeheten id-baan. Na zijn indiensttreding werd zijn WAO-uitkering bijgesteld naar 15-25% arbeidsongeschiktheid. In augustus 2008 deed hij aangifte van ontslag, maar keerde vervolgens terug op de werkvloer. Vanaf september 2008 verscheen hij wegens ziekte niet meer op het werk.

Een complicatie in de zaak was de vraag of de stichting dan wel de particuliere eigenaar van de boerderij zijn werkgever was. Het hof oordeelde dat de stichting de werkgeefster was: de schriftelijke arbeidsovereenkomst noemde niet de eigenaar maar de boerderij als werkgever, en de werknemer had dit zelf ook erkend. De vordering op basis van werkgeverschap tegen de eigenaar persoonlijk werd daarom afgewezen.

Vervolgens moest het hof beoordelen of het dienstverband na de ontslagname in augustus 2008 feitelijk was hersteld. Uit bankafschriften en gespreksverslagen bleek dat de werkgever na het ontslag gewoon loon had doorbetaald en dat er afspraken waren gemaakt over terugkeer. Het hof concludeerde dat de stichting had ingestemd met het ongedaan maken van de ontslagname, waarna het dienstverband juridisch gezien was hersteld. Dat dienstverband liep door totdat er een wettelijke grond voor beëindiging zou zijn — iets wat vóór februari 2010 niet was aangetoond.

De stichting was op grond van de CAO verplicht om bij ziekte het loon door te betalen volgens een aflopend schema: 100% in het eerste halfjaar, 90% in het tweede halfjaar en 85% of 75% in het tweede ziektejaar afhankelijk van medewerking aan re-integratie. Over de periode september 2009 tot en met januari 2010 — het tweede ziektejaar — was de stichting dus gehouden 85% van het loon door te betalen. De stichting had onvoldoende onderbouwd dat een lager percentage van toepassing was.

Dat de stichting inmiddels leeg en opgeheven was, deed volgens het hof niet ter zake: de wet biedt een voorziening voor situaties waarin een stichting is opgehouden te bestaan, zodat een veroordeling nog steeds mogelijk was.

De werknemer had ook een wettelijke verhoging gevorderd wegens te late loonbetaling. Die vordering werd echter afgewezen. Het hof wees erop dat de werknemer bewust had nagelaten tijdig een WAO-uitkering aan te vragen, en dat de eigenaar van de boerderij jarenlang uit eigen zak de stichting had geholpen het loon door te betalen. Onder die omstandigheden werd de gevorderde verhoging gematigd tot nul.

Tot slot werd de vordering gebaseerd op persoonlijke aansprakelijkheid van de eigenaar als bestuurder van de stichting afgewezen. Haar viel geen persoonlijk verwijt te maken: zij had juist aanzienlijke eigen middelen ingezet om de werknemer te ondersteunen toen de gemeentelijke loonkostensubsidie na september 2008 wegviel, en er waren geen aanwijzingen dat zij privé-onttrekkingen had gedaan die tot de financiële problemen hadden geleid.

Betrokken advocaten

mr. M. van der Chijs

appellant

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij, ZOETERMEER

mr. S.G. Volbeda

geïntimeerden

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

1 juli 2014

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

200.105.279

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:GHARL:2014:5237

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

GHARL:2026:1879
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·24 maart 2026
Civiel Recht
GHARL:2026:1793
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·24 maart 2026
Civiel Recht
GHARL:2026:1881
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·24 maart 2026
Civiel Recht
GHARL:2026:1785
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·24 maart 2026
Civiel Recht
GHARL:2026:1798
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·24 maart 2026
Civiel Recht