ECLI:NL:GHARL:2017:3554, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-04-2017, 200.198.032 — GHARL:2017:3554
Samenvatting
Schorsingsincident. De rechtbank heeft geen gemotiveerde beslissing gegeven over de uitvoerbaarverklaring bij voorraad, zodat de eis dat de incidenteel eiser aan zijn vordering feiten en omstandigheden ten grondslag moet leggen die bij die beslissing niet in aanmerking konden worden genomen doordat zij zich eerst na de uitspraak hebben voorgedaan, en die kunnen rechtvaardigen dat van die eerdere beslissing wordt afgeweken, in dit geval niet geldt. Er is sprake van een kennelijke (juridische) misslag. Daarin ziet het hof voldoende grond om de tenuitvoerlegging van het vonnis, in afwachting van de uitkomst van dit hoger beroep en zonder op die uitkomst vooruit te lopen, te schorsen.
Betrokken advocaten
mr. H.R. Quint
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2023:10672, Rechtbank Rotterdam, 08-11-2023, 666228
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBLIM:2023:1676, Rechtbank Limburg, 08-03-2023, C/03/300003 / HA ZA 21-629
Rechtbank Limburg · Civiel Recht; Ondernemingsrecht
ECLI:NL:GHSHE:2023:659, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28-02-2023, 200.306.284_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHSHE:2023:658, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28-02-2023, 200.306.283_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 april 2017
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.198.032
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2017:3554