Automobilist verliest beroep tegen boete ondanks recht op dossierinzage — GHARL:2018:1050
WAHV-verkeersboete / geslotenverklaring / recht op dossierinzage en camerabeelden
Eiser / verzoeker
betrokkene (kentekenhouder, wonende te [A])
Verweerder / gedaagde
officier van justitie / openbaar ministerie (WAHV-handhaving)
Het hof vernietigde de beslissingen van de officier van justitie en de kantonrechter wegens onjuiste niet-ontvankelijkverklaring, maar verklaarde het beroep tegen de oorspronkelijke boete van €90,- ongegrond, zodat de sanctie in stand bleef.
- Het ontkennen van de gedraging in het beroepschrift geldt als voldoende beroepsgrond; de kantonrechter en de officier van justitie hadden het beroep dus niet niet-ontvankelijk mogen verklaren.
- Foto's van een gedraging die met een camerasysteem is geconstateerd zijn 'op de zaak betrekking hebbende stukken' en moeten tijdig aan het dossier worden toegevoegd, zodat latere vernietiging op privacygronden niet leidt tot verlies van bewijsmateriaal.
- Wanneer een verbalisant zijn wetenschap omtrent de gedraging ontleent aan camerabeelden, dient dit uitdrukkelijk in het zaakoverzicht te worden vermeld.
- Nu het zaakoverzicht geen melding maakte van cameraobservatie, kon niet worden vastgesteld dat er foto's hadden bestaan en was er geen grond voor vernietiging van de sanctie wegens ontbrekende stukken.
- Het fuikverweer werd verworpen omdat de overgelegde informatie over de verkeerssituatie ter plaatse onvoldoende onderbouwing bood voor de stelling dat de overtreding de betrokkene niet kon worden verweten.
Samenvatting
Een automobilist uit Zutphen kreeg in juni 2015 een boete van 90 euro opgelegd omdat hij een straat zou hebben gebruikt die verboden was voor motorvoertuigen (bord C12), de Zuster Meyboomstraat. De man ontkende de overtreding en klaagde dat de verkeerssituatie ter plaatse onduidelijk was: hij zou als het ware in een fuik zijn gereden, waarbij het verbodsbord pas zichtbaar was nadat hij de straat al was ingereden via een smal bruggetje. Omdat hij niet kon keren op de brug en er verkeer achter hem stond, zou hij geen andere keus hebben gehad dan door te rijden, te keren op een parkeerterrein en terug te rijden.
De zaak liep vast op procedurele problemen, zelfs nog voordat de inhoud van de overtreding aan bod kon komen. Zowel de officier van justitie als de kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk, beiden met de redenering dat er geen beroepsgronden waren ingediend. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden stelde echter vast dat beide instanties het mis hadden: in het beroepschrift van 30 juni 2015 had de gemachtigde van de automobilist de gedraging wél betwist, en dat is voldoende als beroepsgrond. Beide beslissingen werden vernietigd.
Daarna beoordeelde het hof de zaak inhoudelijk. De man had ook gevraagd om foto's die door een camerasysteem van de gemeente waren gemaakt. Dat systeem registreert kentekens van voertuigen die de straat inrijden zonder vergunning, waarna een verbalisant de videobeelden bekijkt. Keert het voertuig nog vóór het bord, dan volgt geen boete; rijdt het door, dan wel. De gemeente had de beelden echter na een jaar vernietigd vanwege privacyregels, zodat ze niet meer konden worden overlegd.
Het hof besteedde uitgebreid aandacht aan de vraag of de foto's van de gedraging verplicht aan het dossier hadden moeten worden toegevoegd. Het hof stelde vast dat dit in beginsel wél het geval is: als een boete is opgelegd op basis van camerabeelden, behoren die beelden tot de op de zaak betrekking hebbende stukken. De officier van justitie had moeten zorgen dat deze stukken tijdig aan het dossier werden toegevoegd, zodat ze niet verloren konden gaan door latere vernietiging op privacygronden.
In dit geval vermeldde het zaakoverzicht echter niet dat de verbalisant zijn wetenschap over de overtreding ontleende aan camerabeelden. Het hof concludeerde daarmee dat niet was aangetoond dat er überhaupt een foto van de gedraging bestond. Omdat de verbalisant zijn verklaring niet baseerde op cameraobservatie, kon ook niet worden vastgesteld dat er stukken ontbraken in het dossier. Het verweer over de fuiksituatie kon het hof evenmin beoordelen bij gebrek aan nadere onderbouwing, en de gemeente had via Streetview-beelden juist aangetoond dat de situatie ter plaatse voldoende duidelijk was.
Uiteindelijk verklaarde het hof het beroep tegen de oorspronkelijke sanctiebeschikking ongegrond: de boete van 90 euro bleef in stand. Wel deed het hof een belangrijke uitspraak voor de toekomst: wanneer een verbalisant zijn conclusie baseert op camerabeelden, moet dit uitdrukkelijk in het zaakoverzicht worden vermeld, en moeten die beelden aan het dossier worden toegevoegd zodat de betrokkene zich adequaat kan verdedigen.
Betrokken advocaten
mr. [B]
betrokkene
Gegevens
Datum uitspraak
2 februari 2018
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursstrafrechtZaaknummer
200.190.075
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2018:1050