ECLI:NL:GHARL:2018:1384, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13-02-2018, 200.181.408/01 — GHARL:2018:1384
Samenvatting
Payrolling. Payroll inlener is niet in beginsel naast de payroll uitzendwerkgever hoofdelijk gehouden tot loonbetaling aan de uitzendkracht. Bijzondere omstandigheden die dat in dit geval anders zouden maken zijn niet gebleken. Hoewel hiermee de grieven van de inlener in hoger beroep grotendeels slagen, wordt deze wel in de proceskosten in beide instanties veroordeeld. De inlener heeft in de preprocessuele onterecht het verweer gevoerd dat de uitzendkracht voor haar werkzaam als ZZP’er (en dus niet op basis van een arbeidsovereenkomst met de uitzend werkgever). Dat verweer is in de preprocessuele fase overgenomen door de uitzendwerkgever, die in de procedure verder geen verweer meer heeft gevoerd. De inlener heeft daarmee nodeloos de proceskosten voor de uitzendkracht veroorzaakt.
Betrokken advocaten
mr. P.J. van der Vlerk
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2021:5187, Rechtbank Midden-Nederland, 06-10-2021, 9040511 UC EXPL 21-1523
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBGEL:2021:3017, Rechtbank Gelderland, 04-06-2021, 9129070 \ CV21-941 en 9148826 \ VV EXPL 21-21
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2021:6713, Rechtbank Den Haag, 06-04-2021, 8765401 RL EXPL 20-16707
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2020:712, Rechtbank Den Haag, 20-01-2020, 8164569 EJ19-85913
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Arbeidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
13 februari 2018
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.181.408/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2018:1384