ECLI:NL:GHARL:2018:7322, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14-08-2018, 200.195.268/01 — GHARL:2018:7322
Samenvatting
Op het moment dat een huurster komt te overlijden, heeft zij enkele maanden betalingsachterstand. Haar volwassen zoon woont op dat moment bij haar in, maar hij is geen medehuurder. De verhuurder heeft gevorderd dat de zoon wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand van zijn moeder. In eerste aanleg is die vordering toegewezen. In hoger beroep wordt de vordering door het hof afgewezen. Volgens het hof is geen sprake van een zuivere of benificiaire aanvaarding van de nalatenschap, noch van een onrechtmatige daad of ongerechtvaardigde verrijking.
Betrokken advocaten
mr. R.W. de Casseres
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2024:1305, Gerechtshof Amsterdam, 14-05-2024, 200.323.845/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2023:1709, Rechtbank Amsterdam, 22-03-2023, C/13/724585 / HA ZA 22-903
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2023:98, Rechtbank Amsterdam, 11-01-2023, 712515
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBNHO:2022:1719, Rechtbank Noord-Holland, 02-03-2022, C/15/310752 / HA ZA 20-758
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 augustus 2018
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.195.268/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2018:7322