Juristi.nl
ECLI:NL:GHARL:2022:1179Civiel Recht

Aannemer en eigenaren bereiken geen overeenstemming over betaling renovatiewerkzaamheden — GHARL:2022:1179

aannemingsovereenkomst / betalingsgeschil en schadevergoeding wegens toerekenbare tekortkoming

Eiser / verzoeker

Appellant, drijvende een eenmanszaak onder de naam [appellant] Onderhoud

VS

Verweerder / gedaagde

[geïntimeerden] c.s., eigenaren van een bedrijfspand

Het hof deed uitspraak in zowel het principaal als incidenteel hoger beroep over de wederzijdse vorderingen uit een aannemingsovereenkomst, waarbij beide partijen deels in het gelijk en deels in het ongelijk werden gesteld.

  • De aannemer heeft in beginsel recht op betaling van uitgevoerde werkzaamheden, ook als hij tekortgeschoten is in de nakoming, tenzij de overeenkomst wordt ontbonden
  • De eigenaren beriepen zich op verrekening en opschorting wegens toerekenbare tekortkoming van de aannemer, onder meer door te late oplevering en het niet betalen van onderaannemers
  • De rechtbank kende de eigenaren schadevergoeding toe van ruim 41.000 euro, waarna na verrekening de aannemer nog circa 7.600 euro moest betalen
  • De eigenaren deden in hoger beroep een voorwaardelijk beroep op ontbinding van de overeenkomst ter zake van de scheidingswanden en vermeerderdenen hun eis met 16.610,77 euro
  • Het geschil betreft onder meer gederfde huurinkomsten over drie maanden en dubbele betalingen voor stalen trappen aan de onderaannemer

Samenvatting

Een aannemer en eigenaren van een bedrijfspand in een conflict over betaling van renovatiewerkzaamheden. De eigenaren gaven de aannemer opdracht om in hun bedrijfspand drie units te creëren door het plaatsen van brandwerende scheidingswanden, het aanleggen van kabelgoten, een groepenkast, een toiletgroep met pantry, stalen trappen en straatwerk. De aannemer stuurde hiervoor in november 2016 een factuur van ruim 57.500 euro inclusief btw, die de eigenaren weigerden te betalen.

De eigenaren stelden dat de aannemer ernstig tekortgeschoten was in de nakoming van de opdracht. Zo zouden werkzaamheden niet op tijd zijn afgerond, waardoor de eigenaren drie maanden huurinkomsten misliepen van een huurder die het pand pas later kon betrekken. Daarnaast hadden de eigenaren bedragen aan onderaannemers moeten betalen die de aannemer niet had uitbetaald, en hadden zij voor de stalen trappen uiteindelijk meer betaald dan afgesproken. De eigenaren maakten aanspraak op schadevergoeding van ruim 140.000 euro.

De rechtbank in eerste aanleg oordeelde dat de eigenaren recht hadden op schadevergoeding van ruim 41.000 euro. Na verrekening met de factuur van de aannemer moest de aannemer per saldo nog ruim 7.600 euro aan de eigenaren betalen. Beide partijen gingen in hoger beroep: de aannemer bestreed dat hij überhaupt tekortgeschoten was en vorderde alsnog betaling van het openstaande bedrag van circa 33.600 euro. De eigenaren wilden meer schadevergoeding en hogere bedragen toegewezen zien.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden boog zich over de uitgebreide geschillen rondom de verschillende onderdelen van het werk. Centraal stond de vraag of de aannemer toerekenbaar tekortgeschoten was en welke schade de eigenaren daardoor geleden hadden, waaronder het mislopen van huurinkomsten en de dubbele betalingen aan onderaannemers. Het hof moest ook beoordelen of de eigenaren terecht een beroep deden op verrekening en opschorting van de betaalverplichting.

De uitspraak betreft een eindarrest na een eerdere tussenarrest in maart 2021 en een mondelinge behandeling in november 2021. Het hof heeft de aanspraken van beide partijen zorgvuldig gewogen en een definitieve beslissing genomen over het saldo van de wederzijdse vorderingen, waarbij zowel het principaal hoger beroep van de aannemer als het incidenteel hoger beroep van de eigenaren werden beoordeeld.

Betrokken advocaten

mr. E.H.J. Slager

appellant

Van Emstede & Slager Advocaten, AMSTERDAM

mr. D.J. Lok

verweerder

Bunders Lok Advocaten, AMSTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

15 februari 2022

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

200.275.888/01

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:GHARL:2022:1179

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

GHARL:2026:1879
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·24 maart 2026
Civiel Recht
GHARL:2026:1793
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·24 maart 2026
Civiel Recht
GHARL:2026:1881
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·24 maart 2026
Civiel Recht
GHARL:2026:1785
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·24 maart 2026
Civiel Recht
GHARL:2026:1798
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·24 maart 2026
Civiel Recht