ECLI:NL:GHARL:2022:2115, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 04-03-2022, 21-004741-20 — GHARL:2022:2115
Samenvatting
Verwerping verweer niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens een schending van de redelijke termijn in combinatie met de schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde, en een schending van de interne openbaarheid en schending artikel 6 EVRM. Verdachte heeft zijn minderjarige dochter gedurende een periode van bijna zeven jaar seksueel misbruikt. Dit misbruik is begonnen toen aangeefster pas acht jaar oud was. Het hof is van oordeel dat de straf zoals opgelegd door de rechtbank onvoldoende recht doet aan de aard en ernst van de door verdachte gepleegde feiten. Het hof veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2026:1110, Rechtbank Rotterdam, 05-02-2026, 10-368421-24
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2026:259, Rechtbank Noord-Nederland, 03-02-2026, 18-035016-25
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2026:550, Rechtbank Amsterdam, 23-01-2026, 13/255438-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:7358, Rechtbank Midden-Nederland, 17-12-2025, 16/102677-21
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
4 maart 2022
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
21-004741-20
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:2115