ECLI:NL:GHARL:2022:5955, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12-07-2022, 200.276.481 — GHARL:2022:5955
Samenvatting
De (juridisch) eigenaar van het appartementsrecht dat (economisch) in een vennootschap was ingebracht, heeft te bewijzen dat hij vóór het faillissement van die vennootschap weer economisch eigenaar van dat recht was. Indien hij niet slaagt in dat bewijs, mag hij de schuld ter zake van het gebruik van het appartementsrecht niet verrekenen met de boedel omdat die schuld niet voortvloeit uit een handeling die dateert van vóór het faillissement.
Betrokken advocaten
mr. S. Buddingh
gedaagde
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2025:10778, Rechtbank Amsterdam, 24-12-2025, C/13/765268 / HA ZA 25-686
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Insolventierecht
ECLI:NL:RBMNE:2022:1814, Rechtbank Midden-Nederland, 04-05-2022, C/16/524626 / HA ZA 21-486
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBGEL:2022:171, Rechtbank Gelderland, 13-01-2022, 397564
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Insolventierecht
ECLI:NL:GHARL:2017:9962, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14-11-2017, 200.174.289
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
12 juli 2022
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.276.481
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:5955