Juristi.nl
ECLI:NL:GHARL:2023:10091Civiel Recht

ECLI:NL:GHARL:2023:10091, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21-11-2023, 200.312.921/01 — GHARL:2023:10091

Samenvatting

Zaak waarin een persoon op naam van een ander een WAM-verzekering afsluit voor een auto waarvan die persoon feitelijk eigenaar, althans bestuurder is, de verzekeringspremies voldoet en aldus direct belanghebbende is bij die verzekering, terwijl vaststaat dat zij die zelf niet kon afsluiten. Het hof merkt de betreffende persoon aan als ‘bekende derde’ als bedoeld in artikel 7:928 lid 2 BW. De mededelingsplicht van de verzekeringnemer omvat ook hetgeen een hem bekende derde wiens belang bij het sluiten van de verzekering gedekt is, had moeten mededelen indien hij zelf verzekeringnemer was geweest. Blijkens de wetsgeschiedenis wordt de mededelingsplicht van de verzekeringnemer uitgebreid in die zin dat, ongeacht zijn eigen wetenschap, de geobjectiveerde wetenschap van de derde aan hem wordt toegerekend. Ingevolge artikel 7:930 lid 5 BW is geen uitkering verschuldigd aan de verzekeringnemer of de derde, bedoeld in artikel 7:928 lid 2 BW, die heeft gehandeld met het opzet de verzekeraar te misleiden. Evenmin is een uitkering verschuldigd aan de derde indien de verzekeringnemer, met het opzet de verzekeraar te misleiden, niet heeft voldaan aan de mededelingsplicht betreffende de derde. De zware sanctie van verval van het recht op uitkering geldt tegenover de derde alleen indien deze zelf dan wel de verzekeringnemer met betrekking tot het risico of het belang van de derde heeft gehandeld met het opzet tot misleiden. Artikel 11 WAM staat in dat geval niet in de weg aan het inroepen van de verzekeringsrechtelijke sancties door de verzekeraar jegens de bekende derde. De veroordeling in een deelgeschilbeschikking valt onder 1019bb Rv en niet onder 1019cc lid 1 Rv en blijft derhalve buiten het hoger beroep. Niettemin is de materiële eindbeslissing waarop die veroordeling berust wel voor appel vatbaar en kunnen daartegen grieven worden gericht.

Betrokken advocaten

mr. J.R. Wildeboer

geïntimeerde

VictimFirst Advocaten, HOOFDDORP

mr. H.A. Kragt

verweerder

Dirkzwager, ARNHEM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

21 november 2023

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

200.312.921/01

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:GHARL:2023:10091

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Ziggo hoeft minder te betalen aan Sena voor doorgifte synchronisaties
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·7 april 2026
Civiel Recht
GHARL:2026:1944
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·31 maart 2026
Civiel Recht
GHARL:2026:1939
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·31 maart 2026
Civiel Recht
GHARL:2026:2002
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·31 maart 2026
Civiel Recht
GHARL:2026:1946
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·31 maart 2026
Civiel Recht