Juristi.nl

ECLI:NL:GHARL:2024:2787, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23-04-2024, 200.337.836 — GHARL:2024:2787

Samenvatting

Artikel 360 Rv: verzoek tot schorsing uitvoerbaarheid bij voorraad verklaring. Als uitgangspunt geldt dat de partij van wie het verzoek door de rechter in eerste aanleg is toegewezen, geen belang heeft bij een hoger beroep. Zowel de man als de vrouw hebben de rechtbank verzocht om de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De rechtbank heeft deze verzoeken toegewezen. Het hof is van oordeel dat er geen aanleiding is om bij de beoordeling van dit schorsingsverzoek van het hiervoor genoemde uitgangspunt af te wijken. Ook als de vrouw bij de rechtbank niet zelf om een uitvoerbaarverklaring bij voorraad had verzocht, dan zou het hof van oordeel zijn dat het verzoek tot schorsing moet worden afgewezen.

Betrokken advocaten

mr. F.C. de Wit-Facchetti

verweerder

Bolder Advocaten, ROTTERDAM

mr. R. de Vries

verweerder

Van Veen Advocaten, EDE GLD

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

23 april 2024

Zaaknummer

200.337.836

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:GHARL:2024:2787

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

GHARL:2026:1771
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·24 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
GHARL:2026:1766
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·24 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
GHARL:2026:1770
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·24 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
GHARL:2026:1781
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·24 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
GHARL:2026:1769
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·24 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht