ECLI:NL:GHARL:2024:2787, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23-04-2024, 200.337.836 — GHARL:2024:2787
Samenvatting
Artikel 360 Rv: verzoek tot schorsing uitvoerbaarheid bij voorraad verklaring. Als uitgangspunt geldt dat de partij van wie het verzoek door de rechter in eerste aanleg is toegewezen, geen belang heeft bij een hoger beroep. Zowel de man als de vrouw hebben de rechtbank verzocht om de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De rechtbank heeft deze verzoeken toegewezen. Het hof is van oordeel dat er geen aanleiding is om bij de beoordeling van dit schorsingsverzoek van het hiervoor genoemde uitgangspunt af te wijken. Ook als de vrouw bij de rechtbank niet zelf om een uitvoerbaarverklaring bij voorraad had verzocht, dan zou het hof van oordeel zijn dat het verzoek tot schorsing moet worden afgewezen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2025:1838, Rechtbank Gelderland, 27-02-2025, C/05/432610 / ES RK 24-75
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBMNE:2024:1901, Rechtbank Midden-Nederland, 20-03-2024, C/16/555387 / HL ZA 23-118
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Internationaal Privaatrecht
ECLI:NL:GHARL:2019:5985, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23-07-2019, 200.246.866
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHARL:2017:7051, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15-08-2017, 200.197.602
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 april 2024
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
200.337.836
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2024:2787