Juristi.nl
ECLI:NL:GHARL:2024:3367Strafrecht; Strafprocesrecht

Hogere straf voor belaagde ex-partner: acht maanden onvoorwaardelijk — GHARL:2024:3367

belaging / stalking (art. 285b Sr)

Eiser / verzoeker

het Openbaar Ministerie (advocaat-generaal)

VS

Verweerder / gedaagde

verdachte, geboren in 1946

Het hof veroordeelde de verdachte voor belaging (met uitzondering van het volgen met de auto) en legde een hogere straf op dan de politierechter: twaalf maanden gevangenisstraf waarvan vier voorwaardelijk.

  • Het hof sprak de verdachte partieel vrij voor het volgen van de vrouw met de auto, omdat dit mogelijk op toeval berustte gezien de gemeenschappelijke woonplaats.
  • De eerdere twee veroordelingen voor belaging van dezelfde vrouw maken dat ook beperktere gedragingen al snel als stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer kwalificeren.
  • Het benaderen van de kinderen wordt beschouwd als indirecte belaging van de moeder, omdat zij daarmee op ongewenste wijze geconfronteerd werd met de verdachte.
  • De verklaring van de verdachte tegenover de wijkagent — dat hij er 'alles aan zou doen' om de kinderen te zien — werd gebruikt als bewijs voor het vereiste opzet.
  • Het hof legde een zwaardere straf op dan de politierechter (12 maanden waarvan 4 voorwaardelijk, tegenover 6 maanden waarvan 2 voorwaardelijk) en breidde het gebiedsverbod uit met toekomstige adressen van school en scoutinggroep.

Samenvatting

Een 77-jarige man is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor belaging van zijn ex-partner. Het hof deed uitspraak in hoger beroep, nadat de man eerder door de politierechter was veroordeeld. Het gaat om gedragingen in de periode juni tot november 2022.

De man had een relatie gehad met de vrouw en heeft samen met haar kinderen. Na het verbreken van de relatie bleef hij contact zoeken, ondanks eerdere veroordelingen voor hetzelfde vergrijp. Zo hield hij zich meerdere keren op nabij de school van de kinderen, stuurde hij pakketjes met boeken naar de dochters, verstuurde hij een brief over de verbroken relatie en zond hij een vriendschapsverzoek via Facebook naar de vrouw. Het hof oordeelde dat al deze handelingen samen een stelselmatige inbreuk vormen op de persoonlijke levenssfeer van de ex-partner.

De verdachte ontkende aanvankelijk veel van de gedragingen. In hoger beroep erkende hij wel dat hij bij de school was geweest om zijn kinderen te zien. Eén onderdeel van de tenlastelegging — het bewust volgen van de vrouw met de auto — achtte het hof niet bewezen. Het hof redeneerde dat dit mogelijk op toeval berustte, omdat beiden in dezelfde woonplaats wonen. Voor de overige handelingen achtte het hof wettig en overtuigend bewijs aanwezig.

Opvallend is dat het hof zwaar tilde aan de eerdere veroordelingen van de man voor belaging van dezelfde vrouw. Bij zo'n belaste voorgeschiedenis is er volgens het hof niet veel nodig om opnieuw sprake te laten zijn van strafbare belaging. De man had bovendien tegenover een wijkagent verklaard dat hij er 'alles aan zou doen' om zijn kinderen te zien, ook door de vrouw te blijven opzoeken. Die uitlatingen bevestigden voor het hof dat zijn opzet gericht was op het maken van een inbreuk op de privacy van de vrouw.

Het hof legde een hogere straf op dan de politierechter: een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. De politierechter had eerder zes maanden opgelegd, waarvan twee voorwaardelijk. Aan de voorwaardelijke straf zijn bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder een contactverbod met de kinderen van de vrouw. Daarnaast zijn een contact- en gebiedsverbod opgelegd op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, voor de duur van vijf jaar. Het gebiedsverbod geldt rond de woning van de vrouw, de school van de kinderen en hun scoutinggroep, en wordt uitgebreid met het toekomstige adres van die locaties. Dit verbod is dadelijk uitvoerbaar verklaard. Tot slot is de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij volledig toegewezen.

Betrokken advocaten

mr. J.G. Wiebes

verdachte

Suydersee Advocaten, LELYSTAD

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

15 mei 2024

Zaaknummer

21-002523-23

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:GHARL:2024:3367

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Hof veroordeelt man voor verkrachting en mishandeling levensgezel
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·1 apr 2026
Strafrecht; Strafprocesrecht
Verdachte veroordeeld voor invoer 2000 kilo cocaïne uit Colombia
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·31 mrt 2026
Strafrecht; Strafprocesrecht
Hof bevestigt veroordeling voor geweldsuitbarsting waarbij twee mensen worden neergeslagen
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·27 mrt 2026
Strafrecht; Strafprocesrecht
Drentse man veroordeeld voor weigeren bloedonderzoek na GHB-verdenking
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·27 mrt 2026
Strafrecht; Strafprocesrecht
Hof spreekt verdachte vrij van één inbraak, veroordeelt hem voor tweede
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·26 mrt 2026
Strafrecht; Strafprocesrecht