ECLI:NL:GHARL:2024:4226, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-06-2024, 200.340.871/01 — GHARL:2024:4226
Samenvatting
Partijen hebben een affectieve relatie gehad en zij exploiteerden samen een onderneming. Na beëindiging van hun relatie zijn partijen verdeeld over de voortzetting van de onderneming en de verkoop van hun gezamenlijke woning. In kort geding zijn vorderingen ingesteld die erop neerkomen dat een van partijen geen bemoeienis meer heeft met de onderneming en dat de gezamenlijke woning van partijen wordt verkocht. De voorzieningenrechter heeft die vorderingen toegewezen. Het hof is het met de voorzieningenrechter eens en bekrachtigt het bestreden vonnis grotendeels.
Betrokken advocaten
mr. J.F. Koot te Leeuwarden
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2026:288, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-01-2026, 200.357.496/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2025:6928, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 04-11-2025, 200.343.222/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2025:6917, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28-10-2025, 200.339.406/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2025:6502, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21-10-2025, 200.309.566/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
25 juni 2024
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.340.871/01
Procedure
Hoger beroep kort geding
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2024:4226