ECLI:NL:GHARL:2024:6995, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12-11-2024, 200.339.406/01 — GHARL:2024:6995
Samenvatting
Eigenaren van een boerderij en een waterbron in het aardbevingsgebied procederen tegen de Staat over schadevergoeding. De rechtbank heeft de vorderingen van de eigenaren afgewezen en hen veroordeeld om de boerderij te ontruimen zodat deze kan worden gesloopt. Tegen dat vonnis hebben de eigenaren hoger beroep aangetekend. In dit arrest van het hof gaat het om een drietal geschilpunten waarover de eigenaren een voorlopige uitspraak van het hof willen. Ten eerste willen de eigenaren een voorschot van 50.000 Euro ter vergoeding van de kosten die zij hebben gemaakt om sloop van de boerderij tegen te houden. Het hof wijst deze vordering af, omdat nergens uit blijkt waarom de eigenaren aanspraak zouden kunnen maken op vergoeding van die kosten. Ten tweede willen de eigenaren een voorschot van 500.000 Euro ter vergoeding van de schade die zij hebben geleden doordat zij de waterbron niet commercieel hebben kunnen benutten. Het hof wijst deze vordering af onder verwijzing naar een eerdere uitspraak van het hof over dit onderwerp. Ten derde willen de eigenaren een voorschot van 50.000 Euro ter vergoeding van de immateriële schade die zij hebben geleden. Het hof wijst deze vordering af, omdat de eigenaren hun vordering onvoldoende hebben onderbouwd.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2026:288, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-01-2026, 200.357.496/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2025:7893, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 09-12-2025, 200.342.560
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2025:6928, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 04-11-2025, 200.343.222/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2025:6917, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28-10-2025, 200.339.406/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
12 november 2024
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.339.406/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2024:6995