ECLI:NL:GHARL:2024:7235, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22-11-2024, 21-002047-20 (O) — GHARL:2024:7235
Samenvatting
Opiumwet. Uitgaande van een pondspondsgewijze toerekening stelt het hof het door betrokkene genoten wederrechtelijk verkregen voordeel vast op een bedrag van € 281.569,44. In de overschrijding van de redelijke termijn ziet het hof aanleiding het ontnemingsbedrag met 10% te verminderen. De verplichting tot betaling aan de Staat wordt vastgesteld op € 253.412,50.
Betrokken advocaten
Advocatenkantoor KORTZ, UTRECHT
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2026:289, Rechtbank Midden-Nederland, 03-02-2026, 16/034333-25; 16/250914-25 (t.t.z. gevoegd)
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:10099, Rechtbank Amsterdam, 04-12-2025, 1323914425
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:10101, Rechtbank Amsterdam, 04-12-2025, 13/390273-24
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:8604, Rechtbank Amsterdam, 11-11-2025, 13/229714-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
22 november 2024
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Strafrecht; StrafprocesrechtZaaknummer
21-002047-20 (O)
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2024:7235