Juristi.nl
ECLI:NL:GHARL:2024:7919Civiel Recht

ECLI:NL:GHARL:2024:7919, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24-12-2024, 200.347.590/01 — GHARL:2024:7919

Samenvatting

Spoed kort geding over de opheffing van beslagen ten laste van een vastgoedvennootschap. De vordering van de beslaglegger is erop gebaseerd dat zij van de beslagene aandelen heeft gekocht van een BV, zonder ermee bekend te zijn dat in de onderneming van die vennootschap was gefraudeerd. Daardoor zegt zij schade te hebben geleden. Zij heeft althans gedwaald over de waarde van de aandelen. Hoewel de fraude vaststaat, acht het hof aannemelijk dat de gepretendeerde vordering ondeugdelijk is, omdat niet valt in te zien dat schade is geleden. Dat geldt zowel voor het standpunt dat sprake is van gederfde winst als voor een op de berekening van de koopprijs gebaseerde schade. Ook het beroep op dwaling kan naar het voorlopig oordeel van het hof niet slagen.

Betrokken advocaten

mr. H.P. Plas

eiser

Van Doorne, AMSTERDAM

mr. F.W. Aartsen

eiser

Van Zeijl Bijl Aartsen Advocaten, HARDERWIJK

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

24 december 2024

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

200.347.590/01

Procedure

Hoger beroep kort geding

ECLI

ECLI:NL:GHARL:2024:7919

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

GHARL:2026:1879
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·24 mrt 2026
Civiel Recht
GHARL:2026:1793
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·24 mrt 2026
Civiel Recht
GHARL:2026:1881
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·24 mrt 2026
Civiel Recht
GHARL:2026:1785
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·24 mrt 2026
Civiel Recht
GHARL:2026:1798
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·24 mrt 2026
Civiel Recht