ECLI:NL:GHARL:2024:7919, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24-12-2024, 200.347.590/01 — GHARL:2024:7919
Samenvatting
Spoed kort geding over de opheffing van beslagen ten laste van een vastgoedvennootschap. De vordering van de beslaglegger is erop gebaseerd dat zij van de beslagene aandelen heeft gekocht van een BV, zonder ermee bekend te zijn dat in de onderneming van die vennootschap was gefraudeerd. Daardoor zegt zij schade te hebben geleden. Zij heeft althans gedwaald over de waarde van de aandelen. Hoewel de fraude vaststaat, acht het hof aannemelijk dat de gepretendeerde vordering ondeugdelijk is, omdat niet valt in te zien dat schade is geleden. Dat geldt zowel voor het standpunt dat sprake is van gederfde winst als voor een op de berekening van de koopprijs gebaseerde schade. Ook het beroep op dwaling kan naar het voorlopig oordeel van het hof niet slagen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2025:8094, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-12-2025, 200.358.292/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2025:196, Gerechtshof Amsterdam, 28-01-2025, 200.331.754/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBMNE:2023:4052, Rechtbank Midden-Nederland, 09-08-2023, C/16/555387 / HL ZA 23-118
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBGEL:2023:4281, Rechtbank Gelderland, 26-07-2023, 414995
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 december 2024
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.347.590/01
Procedure
Hoger beroep kort geding
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2024:7919