ECLI:NL:GHARL:2025:1327, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 04-03-2025, 200.346.419/01 — GHARL:2025:1327
Samenvatting
De GI is als voogd benoemd over een kind omdat de moeder minderjarig is. De moeder vecht de plaatsing (door de voogd) van haar kind in een gezinshuis aan. De kinderrechter verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoeken, maar het hof oordeelt dat de kinderrechter artikel 1:262b BW naar analogie had moeten toepassen. Daardoor bestaat een doorbrekingsgrond voor het appelverbod. Het hof toetst inhoudelijk en wijst de verzoeken van de moeder af.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNNE:2026:201, Rechtbank Noord-Nederland, 29-01-2026, C/18/249844 / FA RK 25-5458
Rechtbank Noord-Nederland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHARL:2026:2, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 06-01-2026, 200.356.524/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2025:8577, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-12-2025, 200.360.207/01 en 200.360.207/02
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBROT:2024:5721, Rechtbank Rotterdam, 05-03-2024, 10/175857-22
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
4 maart 2025
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
200.346.419/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:1327