ECLI:NL:GHARL:2025:1810, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-03-2025, 200.330.115/01 — GHARL:2025:1810
Samenvatting
Vordering tegen eigenaar van buurperceel op grond van artikel 5:59 BW om onderhoud te verrichten aan waterpartij. Het hof oordeelt dat dat artikel om twee redenen niet van toepassing is. In de eerste plaats is niet voldaan aan de eis van het in de lengterichting onder een watergang lopende grens van twee erven. Daarnaast heeft de waterpartij niet zodanige kenmerken dat het moet worden aangemerkt als een watergang in de zin van dat artikel of daarmee gelijk moet worden gesteld. Er is ook geen reden voor het treffen van een beheersregeling, zoals subsidiair is gevorderd. Volgt bekrachtiging van het vonnis van de kantonrechter (ECLI:NL:RBNNE:2023:1728).
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2025:2293, Rechtbank Midden-Nederland, 02-05-2025, C/16/592474 / KL ZA 25-91
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHSHE:2024:3834, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 03-12-2024, 200.333.398_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHSHE:2024:1512, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30-04-2024, 200.305.426_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht
ECLI:NL:RBGEL:2023:4495, Rechtbank Gelderland, 23-08-2023, C/05/410839 / HA ZA 22-483
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 maart 2025
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.330.115/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:1810