ECLI:NL:GHARL:2025:3966, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30-06-2025, 21-001974-24 — GHARL:2025:3966
Samenvatting
Jeugdzaak. Het hof acht bewezen dat de destijds minderjarige verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag op zijn moeder. Het hof is van oordeel dat er onvoldoende aanwijzingen zijn om vast te stellen dat van een poging tot moord sprake is geweest. Verdachte is met zijn handelen aanzienlijk veel te ver gegaan maar deed dat in een staat van angst en paniek door de dreiging die op dat moment van zijn moeder uitging. Het hof honoreert het door de raadsman aangevoerde beroep op noodweerexces nu de overschrijding van de grenzen van de noodzakelijke verdediging het onmiddellijk gevolg is geweest van de hevige gemoedsbeweging bij verdachte. Verdachte is daarom ten aanzien van het bewezenverklaarde niet strafbaar en zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2026:118, Rechtbank Midden-Nederland, 22-01-2026, 16.086485.24 (P)
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2026:108, Rechtbank Midden-Nederland, 20-01-2026, 16.407008.24
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2026:84, Rechtbank Midden-Nederland, 19-01-2026, 16/003211-25
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6677, Rechtbank Midden-Nederland, 16-12-2025, 16/294662-24
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
30 juni 2025
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
21-001974-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:3966