ECLI:NL:GHARL:2025:4785, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 08-07-2025, 200.338.073/01 — GHARL:2025:4785
Samenvatting
In deze zaak moet de vraag worden beantwoord of eisers (vader en zoon) rechtsgeldig zijn ontslagen als bestuurders van een BV. Een medebestuurder, tevens indirect medeaandeelhouder, heeft bij herhaling aandeelhoudersvergaderingen uitgeschreven waarop tot dit ontslag is besloten, en bezwaren tegen de daaropvolgende inschrijvingen in de KvK zijn telkens gegrond verklaard.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOBR:2026:262, Rechtbank Oost-Brabant, 14-01-2026, C/01/409203 / HA ZA 24-641
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2026:102, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12-01-2026, 200.358.648/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23103, Rechtbank Den Haag, 19-11-2025, C/09/663973 / HA ZA 24-301
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Ondernemingsrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:9874, Rechtbank Amsterdam, 29-10-2025, C/13/763351 / HA ZA 25-120
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
8 juli 2025
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.338.073/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:4785