ECLI:NL:GHARL:2025:4801, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29-07-2025, 200.346.736/01 — GHARL:2025:4801
Samenvatting
Schending art 21 Rv. Vrouw vordert van weduwe geldleningen terug die zij aan de echtgenoot van de weduwe en aan zijn BV heeft verstrekt. Weduwe houdt in de procedure bij de rechtbank twee mede door haar ondertekende verklaringen van haar man achter. Nadat die verklaringen in het hoger beroep alsnog bekend worden beroept zij zich op vernietiging van die verklaringen wegens dwang. Het hof verbindt aan de schending van art. 21 Rv de gevolgtrekking dat de weduwe niet wordt toegelaten tot het bewijs van haar stelling dat zij de verklaringen onder dwang heeft getekend. Het beroep op vernietiging wordt verworpen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2025:7030, Rechtbank Midden-Nederland, 16-12-2025, C/16/600860 / KG ZA 25-516
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBGEL:2025:10229, Rechtbank Gelderland, 10-12-2025, C/05/438296 / HA ZA 24-358
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Goederenrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:7894, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 09-12-2025, 200.343.326
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2025:9666, Rechtbank Amsterdam, 09-12-2025, 11568603
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Internationaal Privaatrecht
Gegevens
Datum uitspraak
29 juli 2025
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.346.736/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:4801