ECLI:NL:GHARL:2025:5344, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02-09-2025, 21-001433-22 — GHARL:2025:5344
Samenvatting
Vernietiging van het vonnis van de rechtbank. Artikel 326 Sr en artikel 420bis Sr. Medeplegen oplichting en medeplegen witwassen wettig en overtuigend bewezen. Het hof komt tot de conclusie dat verdachte en medeverdachte samen actief betrokken waren bij (het oprichten van) het frauduleuze bedrijf, dat zij daarna intensief hebben samengewerkt en een duidelijke taakverdeling hadden. Daarbij was steeds sprake van een patroonmatige wijze van oplichten waarvan ook de aangevers de dupe zijn geworden. Dat verdachte heeft verklaard het contact met deze specifieke aangevers, anders dan bij andere klanten, niet te hebben gevoerd, acht het hof – zonder enige nadere onderbouwing – niet aannemelijk en schuift zij dan ook terzijde. Het hof oordeelt daarnaast dat sprake is van versluierende handelingen in de vorm van ‘overdragen’ als bedoeld in artikel 420bis lid 1 onder b Sr, die wezenlijk verschillen van het enkel ‘verwerven en voorhanden hebben’. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek van het voorarrest. Toewijzing van de vordering benadeelde partij.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2025:5345, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02-09-2025, 21-002695-23
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht; Strafprocesrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:237, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17-01-2025, 21-000718-22
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht; Strafprocesrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:7019, Rechtbank Rotterdam, 21-06-2024, 10/960270-17
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2024:2781, Rechtbank Amsterdam, 16-05-2024, 81-265473-21
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 september 2025
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Strafrecht; StrafprocesrechtZaaknummer
21-001433-22
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:5344