ECLI:NL:GHARL:2025:626, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 04-02-2025, 200.335.394/01 — GHARL:2025:626
Samenvatting
Geschil over de vraag of op grond van een overeenkomst voor de ene partij recht bestaat op een deel van een vergoeding die de andere partij ontvangt in verband met de sanering van een door die partij geëxploiteerd windmolenpark. Het hof komt op basis van uitleg van de overeenkomst tot het oordeel dat dat recht niet bestaat.
Betrokken advocaten
mr. N. Robijn-Meijer te Middelharnis
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2024:6345, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15-10-2024, 200.333.155/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOVE:2024:2127, Rechtbank Overijssel, 17-04-2024, C/08/303333 / HA ZA 23-377
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOVE:2022:985, Rechtbank Overijssel, 06-04-2022, C/08/272236 / HA ZA 21/413
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOVE:2021:4733, Rechtbank Overijssel, 08-12-2021, C/08/217750 / HA ZA 18-213
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
4 februari 2025
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.335.394/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:626