ECLI:NL:GHARL:2025:6370, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14-10-2025, 200.350.684 — GHARL:2025:6370
Samenvatting
Incidenten tot schorsing van de tenuitvoerlegging (351 Rv) en tot inzage (843a Rv-oud). Het hof overweegt dat de verplichting van partijen tegenover elkaar om te waken tegen onredelijke vertraging van de procedure (art. 20 lid 2 Rv) en de eisen van een goede procesorde meebrengen dat op de roldatum waartegen (ambtshalve) peremptoirstelling heeft plaatsgevonden, van grieven behoort te worden gediend. Deze termijnen worden ambtshalve gehandhaafd en het recht de proceshandeling te verrichten vervalt indien een proceshandeling niet is verricht binnen de daarvoor gestelde termijn én van die termijn geen uitstel kan worden verkregen. Dat is niet anders indien op die roldatum een in de wet geregeld incident wordt opgeworpen, ook al wordt op zo’n vordering vaak beslist voordat in de hoofdzaak wordt beslist. De hoofdzaak wordt door die incidentele vordering niet geschorst, zodat een peremptoirstelling daardoor niet vervalt. Het hof stelt vast dat uit het roljournaal blijkt dat geen van de partijen op de daarvoor bestemde roldatum een kopie van het procesdossier ter zake van de incidenten heeft gefourneerd. Op grond van artikel 5.4 Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (Lpr) worden de incidenten daarom niet verder afzonderlijk behandeld en wordt de procedure voortgezet in de stand waarin die zich bevond voordat de incidenten werden geopend. Dit betekent dat op de incidenten niet eerst en vooraf door het hof zal worden beslist, maar tegelijk met het eindarrest in de hoofdzaak. 20 lid 2 Rv, 133 lid 4 jo. 353 Rv, 351 Rv, 843a Rv (oud), 209 Rv.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHSHE:2025:1920, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 08-07-2025, 200.352.341_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBZWB:2024:5764, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14-08-2024, C/02/411342 / HA ZA 23-364 (T)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHAMS:2024:630, Gerechtshof Amsterdam, 20-02-2024, 200.292.891/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2023:4932, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13-06-2023, 200.276.905
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 oktober 2025
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.350.684
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:6370