ECLI:NL:GHARL:2025:6450, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-10-2025, 21-003552-23 — GHARL:2025:6450
Samenvatting
Op 25 februari 2020 belde verdachte met 112 om te melden dat hij zojuist zijn buurman had doodgeschoten: de buurman zou verdachte in de woning van verdachte hebben aangevallen met een mes. Verdachte had naar eigen zeggen geen andere keus dan vier maal op de buurman te schieten, waardoor deze is overleden. Er waren vanuit de buurt al wat langer klachten met betrekking tot overlast door het slachtoffer en een paar weken voor het gebeurde had de partner van verdachte aangifte tegen het slachtoffer gedaan van een mondelinge bedreiging. Geen noodweer De doorslaggevende vraag was of verdachte inderdaad met een mes was aangevallen door het slachtoffer. In de hal van de woning van verdachte is een mes aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat hij dat mes niet kent en ook nooit heeft aangeraakt. Dat mes is evenwel onderzocht en op verschillende plaatsen op dat mes is DNA van verdachte en van de zoon van verdachte aangetroffen, maar geen DNA van het slachtoffer. De vraag was dan ook of DNA van het slachtoffer op enigerlei wijze van het mes afgeraakt kan zijn en DNA van verdachte en zijn zoontje op het mes gekomen kan zijn. Het NFI heeft de bevindingen op de plaats delict geëvalueerd onder verschillende scenario’s. Op basis van dit onderzoek concludeert het NFI dat de aangetroffen DNA sporen op het mes veel waarschijnlijker zijn wanneer verdachte zelf het mes in de hal heeft neergelegd dan wanneer het slachtoffer dit mes heeft meegenomen naar de woning van verdachte. Ook beschikte verdachte over een wapencollectie waarin soortgelijke messen voorkwamen, terwijl in de woning van het slachtoffer dergelijke messen niet zijn gevonden. Conclusie Het geheel maakt dat het hof van oordeel is dat het niet aannemelijk is geworden dat verdachte met een mes is aangevallen. Het beroep op noodweer wordt daarom door het hof verworpen en verdachte wordt voor de doodslag en voor verboden wapenbezit veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht en een half jaar. Vier nabestaanden van het slachtoffer krijgen een schadevergoeding.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2026:289, Rechtbank Midden-Nederland, 03-02-2026, 16/034333-25; 16/250914-25 (t.t.z. gevoegd)
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2026:67, Rechtbank Midden-Nederland, 15-01-2026, 16-199249-25
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:7293, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19-11-2025, 21-004532-24
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht; Strafprocesrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:8553, Rechtbank Amsterdam, 11-11-2025, 13/182955-23
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
20 oktober 2025
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
21-003552-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:6450