ECLI:NL:GHARL:2026:1299, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 03-03-2026, 200.348.926 — GHARL:2026:1299
Samenvatting
Ongerechtvaardigde verrijking Rechtbank Midden-Nederland 17 juli 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:4387 Op het moment dat de redelijke grond voor een verrijking is komen te vervallen, is deze verrijking alsnog ongerechtvaardigd. Het antwoord op de vraag of het huis van partij B in waarde is gestegen als gevolg van de verbouwingswerkzaamheden die partij A aan dit huis heeft uitgevoerd, of dat deze waardestijging uitsluitend het gevolg is geweest van de ontwikkelingen op de woningmarkt, kan in het midden blijven. Partij B heeft zich namelijk kosten bespaard, doordat partij A de materialen voor de verbouwing van het huis heeft aangeschaft. Daarmee is sprake van een verrijking van partij B ten koste van partij A. Vgl. Parl. Gesch. BW Boek 6, 1981, p. 829 en HR 05-09-2008, ECLI:NL:HR:2008:BD4745
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2026:1639, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17-03-2026, 200.347.493
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2026:2064, Rechtbank Noord-Holland, 02-03-2026, 25/2960
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNHO:2026:2067, Rechtbank Noord-Holland, 02-03-2026, 25/1915
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBOVE:2026:1039, Rechtbank Overijssel, 20-02-2026, 12001402 \ CV EXPL 25-3984
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
3 maart 2026
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.348.926
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:1299