ECLI:NL:GHARL:2026:161, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13-01-2026, 200.347.806/01 — GHARL:2026:161
Samenvatting
Partijen hebben een relatie gehad en zijn daarna verwikkeld geraakt in een slepend conflict. In het verleden exploiteerden zij samen een café. De ruzies die daarbij zijn ontstaan, zijn geëxplodeerd en hebben inmiddels geleid tot meer dan 10 gerechtelijke uitspraken. Wat nu nog ter discussie staat, is of de man (procederend via zijn persoonlijke vennootschap) een vordering tegen de vrouw en haar persoonlijke vennootschap kan baseren op het feit dat zij de onderneming buiten hem om heeft ingebracht in een BV waarvan zij indirect de enig bestuurder en aandeelhouder is. De man maakt ook aanspraak op een boete wegens schending van het tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2025:8110, Rechtbank Gelderland, 01-10-2025, C/05/441596 / HA ZA 24-487
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:2482, Rechtbank Overijssel, 17-04-2025, C/08/297103 / HA ZA 23-197
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNNE:2025:1349, Rechtbank Noord-Nederland, 09-04-2025, C/19/145188 / HA ZA 23-126
Rechtbank Noord-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOVE:2025:2240, Rechtbank Overijssel, 09-04-2025, C/08/297103 / HA ZA 23-197
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
13 januari 2026
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.347.806/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:161