ECLI:NL:GHARL:2026:1785, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24-03-2026, 200.336.804 — GHARL:2026:1785
Samenvatting
Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2024:6814. Vordering tot vernietiging van arbitrale vonnissen. In het tussenarrest heeft het hof de vernietigingsprocedure geschorst om de commissie van scheidslieden in staat te stellen de geconstateerde grond voor vernietiging van een onderdeel van het arbitrale eindvonnis ongedaan te maken. De commissie heeft de arbitrale procedure vervolgens heropend, partijen gehoord en een herzien arbitraal eindvonnis gewezen. Het hof oordeelt in dit eindarrest dat de geconstateerde grond voor vernietiging van het oorspronkelijke arbitrale eindvonnis daarmee is weggenomen. Verder is niet gebleken van een grond voor vernietiging van het herziene arbitrale eindvonnis. Het hof wijst de vordering tot vernietiging daarom af.
Betrokken advocaten
mr. H.C.M. Schaeken
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:9431, Rechtbank Den Haag, 13-03-2025, C/09/675681 / HA RK 24-612
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBZWB:2022:7726, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 07-12-2022, 391879_E07122022
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBGEL:2021:5600, Rechtbank Gelderland, 20-10-2021, C/05/391064 / HA ZA 21-377
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBLIM:2020:8025, Rechtbank Limburg, 14-10-2020, C/03/273986 / HA ZA 20-76
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
24 maart 2026
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.336.804
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:1785