Hof veroordeelt man voor witwassen gestolen auto-onderdelen — GHARL:2026:1844
witwassen / heling van gestolen voertuigonderdelen
Eiser / verzoeker
Openbaar Ministerie (advocaat-generaal)
Verweerder / gedaagde
Verdachte
Het hof vernietigt de vrijspraak en veroordeelt de verdachte voor medeplegen van (gewoonte)witwassen van gestolen auto-onderdelen (feiten 1, 2 en 3); de concrete strafmaat is niet vermeld in de beschikbare tekst.
- Het hof verwerpt het niet-ontvankelijkheidsverweer: er was wél een opsporingsonderzoek onder leiding van de officier van justitie; de Stichting VbV vervulde slechts een beperkte bewaarders- en inventarisatierol.
- Hercontrole door Team Forensische Opsporing bevestigde in 77 van 85 gevallen de bevindingen van de Stichting VbV; de acht niet-reproduceerbare gevallen zijn uit de tenlastelegging verwijderd.
- Het hof vernietigt de vrijspraak van de rechtbank en verklaart de feiten 1, 2 en 3 (medeplegen van gewoonte)witwassen bewezen.
- Ten aanzien van feiten 4 en 5 wordt het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens gebrek aan belang bij behandeling.
Samenvatting
Een man uit Overijssel werd door de rechtbank vrijgesproken van witwassen en heling van gestolen auto-onderdelen, maar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden komt in hoger beroep tot een andere conclusie. Het hoger beroep was ingesteld door het Openbaar Ministerie en richt zich op drie feiten rond het witwassen en helen van grote hoeveelheden voertuigonderdelen.
Het draait om een doorzoeking op 2 februari 2017 bij twee bedrijfsloodsen aan het adres van de verdachte en zijn medeverdachten, onder wie zijn compagnon en hun gezamenlijke bedrijf. Aanleiding waren meerdere meldingen dat zich in die loodsen gestolen voertuigonderdelen zouden bevinden, ook vanuit Denemarken en Duitsland. Tijdens de doorzoeking bleek uit een steekproef dat tientallen onderdelen afkomstig waren van als gestolen geregistreerde voertuigen. Daarop nam de politie de gehele bedrijfsvoorraad van 8.093 onderdelen in beslag voor nader onderzoek.
De verdediging voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden, omdat het onderzoek grotendeels was verricht door de Stichting Verzekeringsbureau Voertuigcriminaliteit Derden (Stichting VbV), een initiatief van schadeverzekeraars — en dus geen officiële opsporingsinstantie. Volgens de verdediging ontbrak daardoor het vereiste opsporingsonderzoek onder leiding van een officier van justitie en was er mogelijk sprake van een onherstelbaar vormverzuim.
Het hof verwerpt dit verweer. Uit de processtukken blijkt dat er wél degelijk een regulier opsporingsonderzoek plaatsvond onder leiding van de officier van justitie, waarbij dwangmiddelen zijn toegepast en verdachten zijn aangehouden en verhoord. De Stichting VbV werd slechts als bewaarder van de inbeslaggenomen goederen aangesteld en kreeg de taak om de voorwerpen te inventariseren en documenteren — een beperkt onderdeel van het totale onderzoek. De eigenlijke opsporingshandelingen werden uitgevoerd door ambtenaren van het Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit, onder gezag van de officier van justitie.
Ook het bezwaar dat de Stichting VbV fouten zou hebben gemaakt, houdt geen stand. Na de uitspraak in eerste aanleg liet het Openbaar Ministerie een opsporingsambtenaar van het Team Forensische Opsporing de bevindingen van de Stichting VbV bij 85 auto's of onderdelen opnieuw controleren. In 77 van die gevallen werden de conclusies bevestigd. De acht gevallen waarin de bevindingen niet reproduceerbaar bleken, zijn via een wijziging van de tenlastelegging verwijderd uit het verwijt aan de verdachte.
Het hof oordeelt dat de rechtbank de verdachte ten onrechte heeft vrijgesproken van de feiten 1, 2 en 3. Het vernietigt het vonnis en doet opnieuw recht. De verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van (gewoonte)witwassen van een groot deel van de bedrijfsvoorraad op 2 februari 2017, het medeplegen van gewoontewitwassen dan wel heling van 70 auto's of auto-onderdelen over een periode van bijna acht jaar, en het medeplegen van gewoontewitwassen van 104 motorblokken en drie versnellingsbakken in diezelfde periode.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2025:17, Rechtbank Gelderland, 08-01-2025, 05.009224.24
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2024:6464, Rechtbank Midden-Nederland, 26-11-2024, 16/216675-22 en 16/153352-23 (gev. ttz) (P)
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht; Strafprocesrecht
ECLI:NL:RBOVE:2024:5266, Rechtbank Overijssel, 14-10-2024, 84.267909.21
Rechtbank Overijssel · Strafrecht
ECLI:NL:RBGEL:2024:3723, Rechtbank Gelderland, 15-05-2024, 05/185704-22
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 maart 2026
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
21-004710-21
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:1844