Juristi.nl
ECLI:NL:GHARL:2026:1846Strafrecht

Autobedrijf alsnog veroordeeld voor witwassen gestolen auto-onderdelen — GHARL:2026:1846

witwassen / heling van gestolen voertuigonderdelen / rol private onderzoeksinstantie in strafproces

Eiser / verzoeker

Openbaar Ministerie (advocaat-generaal)

VS

Verweerder / gedaagde

Autobedrijf [verdachte], gevestigd te [plaats]

Het hof vernietigt de vrijspraak van de rechtbank en veroordeelt het autobedrijf voor medeplegen van (gewoonte)witwassen van gestolen auto-onderdelen (feiten 1, 2 en 3); voor feit 4 wordt het OM niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

  • Het hof verwerpt het niet-ontvankelijkheidsverweer: de Stichting VbV trad op als bewaarder en inventarisator, maar de daadwerkelijke opsporing vond plaats onder gezag van de officier van justitie.
  • Hercontrole door het Team Forensische Opsporing bevestigde de VbV-bevindingen in 77 van de 85 gecontroleerde gevallen; de 8 niet-reproduceerbare gevallen zijn uit de tenlastelegging verwijderd.
  • Het hof vernietigt de vrijspraak van de rechtbank Overijssel voor feiten 1, 2 en 3 en veroordeelt het bedrijf voor medeplegen van (gewoonte)witwassen van gestolen auto-onderdelen en motorblokken.
  • Het OM wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep voor feit 4, omdat de advocaat-generaal zelf aangaf geen belang te zien bij behandeling daarvan.
  • De inzet van een private stichting van verzekeraars als strafrechtelijk bewaarder en onderzoeksondersteuner is toelaatbaar, mits de opsporingsregie bij het OM blijft.

Samenvatting

Een autobedrijf dat gevestigd is in Overijssel werd in eerste aanleg vrijgesproken van witwassen en heling van gestolen auto-onderdelen. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden komt nu tot een andere conclusie en veroordeelt het bedrijf alsnog.

De zaak begon in 2015 en 2016, toen de politie meerdere meldingen ontving dat er gestolen voertuigonderdelen lagen opgeslagen in twee bedrijfsloodsen. Op 2 februari 2017 vond een doorzoeking plaats. Al bij een eerste steekproef bleek dat tientallen onderdelen afkomstig waren van als gestolen geregistreerde voertuigen. Daarop besloot het Openbaar Ministerie de volledige bedrijfsvoorraad — ruim 8.000 onderdelen — in beslag te nemen voor nader onderzoek.

Het onderzoek naar de herkomst van al die onderdelen werd grotendeels uitgevoerd door de Stichting Verzekeringsbureau Voertuigcriminaliteit Derden (VbV), een initiatief van Nederlandse schadeverzekeraars. De verdediging zag daarin een probleem: de stichting is geen opsporingsinstantie, heeft een eigen belang en zou bovendien fouten hebben gemaakt. Volgens de advocaat van het bedrijf had het Openbaar Ministerie daarom niet-ontvankelijk verklaard moeten worden.

Het hof verwerpt dit verweer. Weliswaar voerde de Stichting VbV feitelijk werk uit, maar dat gebeurde in opdracht van en onder toezicht van de officier van justitie. De stichting trad op als wettelijk aangestelde bewaarder van de inbeslaggenomen goederen en verzorgde de inventarisatie en documentatie. De daadwerkelijke opsporingshandelingen werden verricht door het Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit, onder gezag van de officier van justitie. Van een ongeoorloofde uitbesteding van het opsporingsonderzoek is volgens het hof dan ook geen sprake.

De beweerde fouten van de Stichting VbV wogen het hof evenmin zwaar. Na de vrijspraak in eerste aanleg liet het Openbaar Ministerie de bevindingen van de stichting voor 85 gevallen hercontroleren door het Team Forensische Opsporing. In 8 gevallen waren de conclusies niet meer reproduceerbaar; die zijn uit de tenlastelegging verwijderd. In de overige 77 gevallen werden de bevindingen van de stichting geheel of grotendeels bevestigd. Eventuele tekortkomingen zijn daarmee hersteld, aldus het hof, en de verdachte is daardoor niet in zijn belangen geschaad.

Het bedrijf stond terecht voor drie feiten: het medeplegen van witwassen van de volledige bedrijfsvoorraad op de dag van de doorzoeking, het medeplegen van gewoonte-heling en/of gewoontewitwassen van 70 auto's of auto-onderdelen over een periode van meerdere jaren, en het medeplegen van gewoontewitwassen van 104 motorblokken en 3 versnellingsbakken in diezelfde periode. De rechtbank had het bedrijf voor al deze feiten vrijgesproken; het hof komt tot een andere beoordeling van het bewijs en vernietigt het vonnis.

Het hof veroordeelt het autobedrijf voor het medeplegen van witwassen en gewoontewitwassen van de tenlastegelegde auto-onderdelen en motorblokken, en legt daarvoor een straf op.

Betrokken advocaten

mr. A.H.J.G. van Voorthuizen

verdachte

AART VAN VOORTHUIZEN STRAFRECHTADVOCAAT, EDE GLD

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

26 maart 2026

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

21-004711-21

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:GHARL:2026:1846

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Militair moet ruim €11.700 aan drugswinst terugbetalen
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·2 april 2026
Strafrecht
Militair krijgt lagere straf voor jarenlange drugshandel
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·2 april 2026
Strafrecht
Man vrijgesproken van verkrachting, wel veroordeeld voor mishandeling
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·2 april 2026
Strafrecht
Hof bevestigt vrijspraak man voor poging doodslag op kind
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·31 maart 2026
Strafrecht