Militair vrijgesproken van antisemitische WhatsApp-berichten wegens besloten groep — GHARL:2026:1990
militair strafrecht / groepsbelediging / openbaarheid WhatsApp-berichten / antisemitisme
Eiser / verzoeker
Officier van justitie / advocaat-generaal (hoger beroep)
Verweerder / gedaagde
Verdachte (militair)
Verdachte vrijgesproken van feiten 1 en 2 (groepsbelediging/antisemitische WhatsApp-berichten); vonnis bevestigd voor feiten 3, 4 en 5: taakstraf van 40 uren en geldboete van €1.200,-.
- WhatsApp-groep als besloten omgeving: end-to-end versleuteling en beperkte toegang maken berichten niet 'openbaar' in de zin van artikel 137c Sr
- Het hof past het Hoge Raad-toetsingskader toe voor 'openbaarheid': meerdere factoren zoals omvang kring, vertrouwelijkheid en kans op verspreiding zijn bepalend
- Vrijspraak feiten 1 en 2 op andere gronden dan de rechtbank: hof baseert vrijspraak op ontbreken van openbaarheid, niet op dezelfde motivering als de eerste rechter
- Vonnis ten aanzien van feiten 3, 4 en 5 bevestigd: taakstraf 40 uren en geldboete €1.200,- blijven in stand
Samenvatting
Een militair stond terecht voor het plaatsen van antisemitische berichten in twee WhatsApp-groepen. Het ging om uitingen zoals teksten over 'joden jagen in de nacht', foto's waarop de Hitlergroet wordt gebracht, hakenkruizen, nazisymbolen en verwijzingen naar de Kristallnacht. De rechtbank had hem vrijgesproken van de twee feiten die betrekking hadden op groepsbelediging en het openbaar maken van beledigende uitlatingen jegens Joden. De officier van justitie ging daartegen in hoger beroep.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden moest beoordelen of de berichten 'in het openbaar' waren geplaatst, zoals vereist voor veroordeling wegens groepsbelediging (artikel 137c Wetboek van Strafrecht) en het openbaar maken van beledigende uitlatingen (artikel 137e). De advocaat-generaal eiste bewezenverklaring van beide feiten. De raadsman van de verdachte betoogde dat de WhatsApp-groepen besloten van aard waren en de berichten dus niet als openbaar konden worden beschouwd.
Het hof paste het toetsingskader toe dat de Hoge Raad heeft ontwikkeld voor de vraag wanneer een uitlating 'in het openbaar' is gedaan. Daarbij spelen meerdere factoren een rol: de omvang van de kring van personen, de mate van vertrouwelijkheid, de kans dat berichten buiten de directe kring terechtkomen en de technische toegankelijkheid. WhatsApp-berichten zijn end-to-end versleuteld en kunnen zonder actieve tussenkomst van groepsleden niet door buitenstaanders worden gelezen.
Voor de WhatsApp-groep die als besloten werd aangemerkt, oordeelde het hof dat de berichten niet openbaar waren. Het was niet voorzienbaar en te verwachten dat de inhoud buiten de gesloten groep zou worden verspreid. Daarmee ontbrak het vereiste openbare karakter voor een veroordeling.
Voor de overige feiten waarvoor de verdachte door de rechtbank al was veroordeeld — feiten 3, 4 en 5 — bevestigde het hof het vonnis van de rechtbank. Die veroordeling omvatte een taakstraf van 40 uren en een geldboete van 1.200 euro. Het hof vernietigde het vonnis alleen voor de twee feiten met betrekking tot de antisemitische berichten en sprak de verdachte daarvan opnieuw vrij, zij het op andere gronden dan de rechtbank eerder had gedaan.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2025:2290, Gerechtshof Den Haag, 06-11-2025, 200.351.091/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:9285, Rechtbank Gelderland, 27-10-2025, 05-232313-23
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:9451, Rechtbank Gelderland, 27-10-2025, 05-232252-23
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:9468, Rechtbank Gelderland, 27-10-2025, 05-232327-23
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 april 2026
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
21-002014-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:1990