Hof legt man ontneming van ruim €800.000 op voor hennepteelt in Duitsland — GHARL:2026:1992
ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel / hennepteelt
Eiser / verzoeker
Openbaar Ministerie (advocaat-generaal)
Verweerder / gedaagde
Verdachte (geboren 1977)
Het hof vernietigde de eerdere beslissing van de rechtbank en stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel opnieuw vast; de exacte betalingsverplichting is op basis van de beschikbare tekst niet volledig af te leiden, maar ligt lager dan de ruim €1 miljoen die de rechtbank oplegde en betreft een ontnemingsmaatregel van naar schatting ruim €800.000.
- Het hof vernietigde de ontnemingsbeslissing van de rechtbank Noord-Nederland en stelde een lager wederrechtelijk verkregen voordeel vast op basis van eigen berekeningen per kwekerij.
- Voor de berekening van opbrengst en kosten werd de standaardmethode van het Functioneel Parket Afpakken (BOOM-rapport 2016) gevolgd, tenzij specifieke omstandigheden aanleiding gaven af te wijken.
- Niet nader onderbouwde investeringskosten van de verdediging werden afgewezen; de gedane investeringen werden geacht verdisconteerd te zijn in de afschrijvingskosten.
- Bij de kwekerij waar illegale stroomafname vaststond, werden elektriciteitskosten niet in mindering gebracht op het voordeel.
- Het verweer dat de winst door tien deelnemers gedeeld moest worden en het aandeel van verdachte maximaal €100.000 bedroeg, werd door het hof verworpen.
Samenvatting
Een man is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor zijn leidinggevende rol bij drie grote hennepkwekerijen in Duitsland. In de bijbehorende ontnemingszaak heeft het hof vastgesteld hoeveel geld hij met die illegale hennepteelt heeft verdiend en wat hij moet terugbetalen aan de staat.
De kwekerijen bevonden zich in drie Duitse plaatsen en waren actief tussen 2020 en 2022. Het ging om professionele, grootschalige operaties met duizenden hennepplanten onder kunstlicht. Het onderzoek steunde sterk op berichten die via de versleutelde communicatiediensten EncroChat en Sky ECC waren onderschept. Zo stuurde een medeverdachte via Sky ECC foto's naar de veroordeelde met de mededeling 'de eerste is klaar', waarop rijen met potten zichtbaar waren. Op basis van die foto's telde de politie 1.399 planten in de eerste kwekerij.
De tweede kwekerij, die door de Duitse politie op heterdaad werd aangetroffen, telde 1.694 planten. Daar werd bovendien stroom illegaal afgetapt, wat betekent dat elektriciteitskosten niet in mindering werden gebracht op de berekende winst. De derde kwekerij was kleiner van omvang.
Het openbaar ministerie en de verdediging verschilden fors van mening over de hoogte van het te ontnemen bedrag. De raadsman voerde aan dat er minder planten waren, minder oogsten plaatsvonden en dat de investeringskosten ten onrechte buiten beschouwing waren gelaten. Bovendien waren er volgens hem minimaal tien mensen bij de kwekerijen betrokken, zodat de winst door tien gedeeld moest worden. Het aandeel van de veroordeelde zou dan uitkomen op hooguit een ton.
Het hof ging daar niet in mee. De rechters volgden grotendeels de standaardberekeningen van het Functioneel Parket Afpakken voor hennepkwekerijen bij binnenteelt onder kunstlicht. Investeringskosten die de verdediging opvoerde, werden niet concreet onderbouwd en telden daarom niet mee — de afschrijvingskosten waren daarvoor al een passende vervanging, aldus het hof.
De rechtbank Noord-Nederland had eerder het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op ruim 1,1 miljoen euro en een betalingsverplichting opgelegd van iets meer dan 1 miljoen euro. Het hof kwam tot een andere berekening en vernietigde die beslissing.
Uiteindelijk stelde het hof het totale wederrechtelijk verkregen voordeel vast op een lager, maar nog altijd aanzienlijk bedrag, en legde de man de verplichting op tot betaling van ruim 800.000 euro aan de staat ter ontneming van dat voordeel.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2025:8555, Rechtbank Amsterdam, 12-09-2025, 13/200118-23 (ontneming)
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:8554, Rechtbank Amsterdam, 12-09-2025, 1320011823
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:4863, Rechtbank Midden-Nederland, 10-09-2025, 16/006374-24
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:4864, Rechtbank Midden-Nederland, 10-09-2025, 16/006298-24
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
3 april 2026
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Strafrecht; StrafprocesrechtZaaknummer
21-000072-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:1992