ECLI:NL:GHARL:2026:438, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27-01-2026, 200.357.829/01 — GHARL:2026:438
Samenvatting
Toewijzing verzoek erkenning in Nederland van in buitenland gewezen arbitraal vonnis en verlof om dat vonnis in Nederland ten uitvoer te leggen. 1075 Rv, 985 Rv, artikel III, IV en V Verdrag van New York 1958. Geen weigeringsgronden aangevoerd. Het hof stelt vast dat geen sprake is van een situatie waarin het onderwerp van het arbitraal vonnis (in dit geval een geldvordering) volgens de Nederlandse rechtsorde niet vatbaar zou zijn voor arbitrage, of van strijd met de Nederlandse openbare orde. Ook overigens is het hof niet gebleken dat sprake zou zijn van strijd met de openbare orde.
Betrokken advocaten
mr. T.G.L.M. Meevis
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2025:10981, Rechtbank Gelderland, 05-11-2025, C/05/442156 / HA ZA 24-510
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2025:8193, Rechtbank Amsterdam, 24-10-2025, 11522118
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOBR:2025:3623, Rechtbank Oost-Brabant, 25-06-2025, C/01/400618 / HA ZA 24-60 en C/01/404487 / HA ZA 24-316
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2025:7484, Rechtbank Den Haag, 28-04-2025, C/09/679243/KG RK 25-107
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
27 januari 2026
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.357.829/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:438