ECLI:NL:GHARN:2009:BI1120, Gerechtshof Arnhem, 10-04-2009, 21-000241-08 — GHARN:2009:BI1120
Samenvatting
De dagvaarding voor de zitting in hoger beroep is in persoon aan verdachte betekend op 17 maart 2009. Verdachte is ter terechtzitting van het hof niet verschenen. Blijkens een faxbericht van verdachte van 30 maart 2009 heeft verdachte afstand gedaan van zijn recht om ter terechtzitting van het hof aanwezig te zijn. Ook zijn raadsman is niet verschenen. Verdachte noch zijn raadsman hebben voor de zitting van het hof een appelschriftuur houdende de grieven tegen het vonnis in eerste aanleg ingediend. Artikel 416 van het Wetboek van Strafvordering is bij de Wet Stroomlijnen hoger beroep geheel gewijzigd waarbij aan het hof de discretionaire bevoegdheid is toegekend om een verdachte (dan wel het Openbaar Ministerie) niet-ontvankelijk te verklaren indien er geen schriftelijke of mondelinge bezwaren zijn aangevoerd tegen het vonnis waarvan beroep. Het hof is van oordeel dat de wetgever met deze wijziging heeft gedoeld op gevallen als onderhavige. Nu verdachte noch schriftelijk noch mondeling bezwaren heeft opgegeven tegen het vonnis waartegen hij beroep heeft ingesteld, zal het hof verdachte daarin niet-ontvankelijk verklaren.
Betrokken advocaten
mr. E.N. Bouwman
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2021:5232, Rechtbank Midden-Nederland, 28-10-2021, UTR 21/2790
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBMNE:2021:6526, Rechtbank Midden-Nederland, 30-04-2021, AWB - 20 _ 1661
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2021:11720, Rechtbank Den Haag, 05-01-2021, 20.5383
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBMNE:2020:1226, Rechtbank Midden-Nederland, 25-03-2020, AWB - 19 _ 2301
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 april 2009
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
21-000241-08
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARN:2009:BI1120