Juristi.nl
ECLI:NL:GHDHA:2013:4591Strafrecht

Hoger beroep verhoogt straf voor gewelddadige afpersing naar twaalf maanden — GHDHA:2013:4591

poging afpersing / strafzaak geweld

Eiser / verzoeker

Openbaar Ministerie (advocaat-generaal)

VS

Verweerder / gedaagde

Verdachte, geboren 1971 op de Nederlandse Antillen

Het hof vernietigde het vonnis uitsluitend wat betreft de strafmaat en verhoogde de gevangenisstraf van tien naar twaalf maanden (waarvan drie maanden voorwaardelijk in plaats van vier), en bevestigde het vonnis voor het overige.

  • Poging tot afpersing met geweld en bedreiging bij Stichting Pameijer in Hellevoetsluis
  • Uitgebreid strafblad met eerdere veroordelingen voor geweld en vermogensdelicten
  • Hof verhoogt onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf vanwege ernst feit en recidive
  • Bijzondere voorwaarden gericht op behandeling van agressie- en verslavingsproblematiek

Samenvatting

Een man uit de Nederlandse Antillen stond terecht voor een gewelddadige poging tot afpersing die plaatsvond op 17 maart 2013 in Hellevoetsluis. Hij drong een pand binnen waar twee medewerkers van Stichting Pameijer werkzaam waren als nachtwacht en dagwacht. De verdachte duwde met kracht de toegangsdeur open, eiste luid geld en sleutels, sloeg en schopte een van de slachtoffers meerdere malen en hield zijn hand in zijn jaszak alsof hij een pistool droeg om de ander te intimideren. De buit bleef uit: de poging tot afpersing mislukte.

De politierechter in Rotterdam veroordeelde hem in juni 2013 tot tien maanden gevangenisstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk, aangevuld met diverse bijzondere voorwaarden zoals een gebiedsverbod en reclasseringstoezicht. De verdachte ging in hoger beroep, maar het gerechtshof Den Haag oordeelde dat de eerste rechter inhoudelijk correct had gehandeld. Alleen de strafmaat moest worden aangepast, en wel naar boven.

Het hof legde een gevangenisstraf op van twaalf maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk. Dat is twee maanden meer onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan de politierechter had opgelegd. De verhoging werd gemotiveerd door de ernst van de feiten, het uitgebreide strafblad van de verdachte en de blijvende psychische schade bij de slachtoffers. Beide slachtoffers legden ter zitting in hoger beroep een verklaring af waaruit bleek dat zij tot op de dag van de zitting nog steeds last hadden van de gevolgen van de overval.

Uit het dossier bleek dat de verdachte al meerdere keren onherroepelijk was veroordeeld voor ernstige geweldsdelicten en vermogensdelicten. Die veroordelingen hadden hem er kennelijk niet van weerhouden opnieuw in de fout te gaan. De reclassering signaleerde daarnaast vermeende antisociale en narcistische persoonlijkheidsproblematiek, een cocaïneverslaving, dagelijks cannabisgebruik, dakloosheid en een negatief sociaal netwerk. Het recidiverisico werd als hoog tot gemiddeld beoordeeld.

Om herhaling te voorkomen, verbond het hof aan het voorwaardelijke deel van de straf vier bijzondere voorwaarden: een gebiedsverbod rondom het pand in Hellevoetsluis, een meldplicht bij reclasseringsinstelling Bouman GGZ, deelname aan een cognitieve vaardigheidstraining en een ambulante behandeling bij een forensische polikliniek voor agressie- en verslavingsproblemen. Bouman GGZ kreeg opdracht toezicht te houden op de naleving van deze voorwaarden.

Het hof bevestigde voor het overige het vonnis van de politierechter, inclusief de beslissingen over de schadevergoeding aan de twee slachtoffers. De uitspraak is gedaan op 18 oktober 2013.

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

18 oktober 2013

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

22-002679-13

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:GHDHA:2013:4591

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Hof bevestigt tbs na mesaanval in Rotterdamse Pauluskerk
Gerechtshof Den Haag·30 mrt 2026
Strafrecht
GHDHA:2026:462
Gerechtshof Den Haag·25 mrt 2026
Strafrecht
GHDHA:2026:456
Gerechtshof Den Haag·25 mrt 2026
Strafrecht
GHDHA:2026:441
Gerechtshof Den Haag·23 mrt 2026
Strafrecht
GHDHA:2026:419
Gerechtshof Den Haag·23 mrt 2026
Strafrecht