ECLI:NL:GHDHA:2013:5399, Gerechtshof Den Haag, 06-03-2013, 000260-13 — GHDHA:2013:5399
Samenvatting
Art. 512 Sv. Wraking. Afwijzing verzoek. Het hof heeft op een nadere terechtzitting na schorsing van het onderzoek beslist de wettelijke vertegenwoordiger (moeder) van de minderjarige aangeefster ambtshalve te horen. Deze beslissing levert geen grond op voor wraking. De zittingsrechter heeft in elke stand van het geding de bevoegdheid te beslissen ambtshalve een getuige te horen. Dat in casu is besloten als getuige te horen een persoon die reeds vanuit haar hoedanigheid als gemachtigde van de minderjarige benadeelde partij de inhoudelijke behandeling van de strafzaak heeft bijgewoond doet hier niet aan af. Voorts zal op voorhand geenszins te voorspellen zijn dat hetgeen de getuige op nadere vragen zal verklaren in het nadeel van de verdachte kan of moet worden uitgelegd.
Betrokken advocaten
mr. A.J.M. Kaptein
verzoeker
mr. A.L.J. van Strien
verzoeker
mr. M. Jongeneel-Van Amerongen
verzoeker
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1148, Rechtbank Den Haag, 27-01-2026, 09/052915-25
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:14844, Rechtbank Rotterdam, 17-12-2025, 10/165849-23
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:9706, Rechtbank Amsterdam, 09-12-2025, 13-249349-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6538, Rechtbank Midden-Nederland, 08-12-2025, 16/375646-24
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 maart 2013
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
000260-13
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2013:5399