ECLI:NL:GHDHA:2016:2789, Gerechtshof Den Haag, 10-08-2016, 22-004918-12 — GHDHA:2016:2789
Samenvatting
De verzoeker heeft op grond van artikel 591 van het Wetboek van Strafvordering een vergoeding gevraagd van proceskosten die ten laste van de gewezen verdachte zijn gekomen, indien de aanwending van de kosten het belang van het onderzoek heeft gediend. De opgegeven kosten zijn gemaakt in de onderhavige zaak alsmede, als gesteld door verzoekers, in gelijke mate in de zaak van de medeverdachte. Het bedrag zal ponds-pondsgewijs worden toegewezen. Het Hof wijst het verzoek toe en beveelt de tenuitvoerlegging van vorenstaande beschikking.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:PHR:2024:634, Parket bij de Hoge Raad, 25-06-2024, 22/02644
Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2023:3544, Rechtbank Amsterdam, 06-06-2023, 13/142373-22
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2017:10316, Rechtbank Rotterdam, 22-12-2017, 10/960274-12
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2017:8858, Rechtbank Rotterdam, 13-11-2017, 10/960288-16
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 augustus 2016
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
22-004918-12
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2016:2789