ECLI:NL:GHDHA:2018:1006, Gerechtshof Den Haag, 26-04-2018, 22-004155-16 — GHDHA:2018:1006
Samenvatting
Vrijspraak. Het hof heeft echter zodanige twijfel over de betrouwbaarheid van de door aangeefster afgelegde verklaringen, dat het hof de voor een bewezenverklaring van het tenlastegelegde noodzakelijke overtuiging niet aan de wettige bewijsmiddelen kan ontlenen.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2024:346, Gerechtshof Den Haag, 11-03-2024, 2200193221
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHDHA:2022:2252, Gerechtshof Den Haag, 14-11-2022, 2200161620
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHDHA:2018:1225, Gerechtshof Den Haag, 06-02-2018, 22-004352-16
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHDHA:2016:3452, Gerechtshof Den Haag, 21-11-2016, 22-003541-14
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 april 2018
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
22-004155-16
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2018:1006