ECLI:NL:GHDHA:2019:858, Gerechtshof Den Haag, 17-04-2019, 22-004286-17 — GHDHA:2019:858
Samenvatting
Wederspannigheid (art. 180 Sr). Vraag of verbalisanten in de rechtmatige uitoefening van hun bediening waren. Niet is vereist dat de verdachte opzet had op de rechtmatigheid van de bediening van de (in uniform geklede en daarmee als zodanig herkenbare) verbalisanten. Een eventueel ontbreken van een dergelijk opzet leidt derhalve niet tot vrijspraak. Hof geeft toepassing aan art. 9a Sr. Omvang hoger beroep beperkt bij appelakte: strafbepaling ex art. 423 lid 4 Sv.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2024:218, Gerechtshof Den Haag, 14-02-2024, 2200168822
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHDHA:2018:937, Gerechtshof Den Haag, 06-04-2018, 22-004001-14
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHDHA:2018:572, Gerechtshof Den Haag, 23-02-2018, 22-004709-17
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHDHA:2018:388, Gerechtshof Den Haag, 30-01-2018, 22-003940-17
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
17 april 2019
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
22-004286-17
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2019:858