ECLI:NL:GHDHA:2022:1368, Gerechtshof Den Haag, 12-05-2022, 200.303.607/01 — GHDHA:2022:1368
Samenvatting
Verzet o.g.v. artikel 29 Wgbz. Aanvankelijke eis was bedrag aan schadevergoeding. In hoger beroep gaat het volgens verzoeker alleen om verklaring voor recht. Maakt verzoeker in hoger beroep aanspraak op schadevergoeding? Kan de hoogte van het schadebedrag worden begroot? Geen sprake van eisvermindering in hoger beroep. Beloop van de vordering is niet onduidelijk. Er is voor het griffierecht terecht uitgegaan van de categorie ’zaken met betrekking tot een vordering of een verzoek met een beloop van meer dan € 100.000,-'.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:3535, Gerechtshof Amsterdam, 16-12-2025, 200.355.988
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2025:356, Gerechtshof Den Haag, 18-03-2025, 200.295.291/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2023:187, Rechtbank Rotterdam, 18-01-2023, 628080 HA ZA 21-956
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHDHA:2022:2503, Gerechtshof Den Haag, 20-12-2022, 200.299.166./01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Arbeidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 mei 2022
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.303.607/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2022:1368