ECLI:NL:GHDHA:2023:1067, Gerechtshof Den Haag, 10-05-2023, 200.301.719/01 — GHDHA:2023:1067
Samenvatting
Toepasselijk recht op verzoek van de vrouw tot betaling Iraanse bruidsgave. Hof oordeelt met toepassing van art.10:8 BW dat in dit specifieke geval Nederlands recht geldt vanwege de nauwere band. Het hof wijst het verzoek van de vrouw tot nakoming van de bruidsgave af omdat dit verzoek naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2025:3665, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 03-06-2025, 200.339.959/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2025:8951, Rechtbank Den Haag, 21-05-2025, C/09/670486 / HA ZA 24-651
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBZWB:2024:8594, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 04-12-2024, C/02/427637 / JE RK 24-1856
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:9421, Rechtbank Den Haag, 19-06-2024, C/09/659888 / HA ZA 24-56
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 mei 2023
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; Internationaal PrivaatrechtZaaknummer
200.301.719/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2023:1067