ECLI:NL:GHDHA:2023:2027, Gerechtshof Den Haag, 31-10-2023, 200.320.665/01 — GHDHA:2023:2027
Samenvatting
Deze zaak betreft een vordering tot betaling van de wettelijke verhoging (€ 69.743,26 bruto) over achterstallig loon. Partijen hebben hun geschil beëindigd door middel van een vaststellingsovereenkomst en elkaar finale kwijting verleend. Daarvan is echter uitgezonderd het geschil over de wettelijke verhoging. De kantonrechter heeft de vordering afgewezen. Het hof oordeelt de aanspraak op wettelijke verhoging gegrond maar matigt de verhoging tot € 10.000,-.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:4378, Rechtbank Rotterdam, 11-03-2025, 10/321078-23
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBNHO:2024:10180, Rechtbank Noord-Holland, 13-06-2024, 15-193598-23
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
ECLI:NL:GHSHE:2024:86, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16-01-2024, 200.325.082_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:GHSHE:2023:2510, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 01-08-2023, 200.289.143_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Arbeidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 oktober 2023
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; ArbeidsrechtZaaknummer
200.320.665/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2023:2027